Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt..54—55. In de Fransche Kamer van Afgevaardigden bestonden volgens den Index op de werkzaamheden over 1923 o.a. Grandes commissions permanentes voor: administration générale, départementale et communale; agriculture; armée; assurance et prévoyance sociale; commerce et industrie; comptes définitifs et économies; douanes et conventions commerciales; enseignement et beaux-arts; finances; hygiëne; législation civile et criminelle; marine marchande; marine militaire; mines et force motrice; pensions militaires; suffrage universel; travail; travaux publics et moyens de communication.

§ 6. VERZENDING NAAR DE BEGROOTINGSCOMMISSIËN.

Art. 55. Bij den aanvang der zitting worden door den Voorzitter de leden aangewezen, die deel zullen uitmaken van de in het tweede lid bedoelde commissiën voor de wetsontwerpen tot vaststelling van de Staatsbegrooting en van de begrootingen van Nederlandsch-Indië, Suriname en Curacao.

De Voorzitter verdeelt deze leden, na met hen overleg te hebben gepleegd, in begrootingscommissiën van vijf leden.1) Voor de begrootingen van Nederlandsch-Indië, Suriname en Curacao en de begrooting van het Departement van Koloniën wordt ééne zoodanige commissie benoemd, voorts ééne commissie voor de hoofdstukken betreffende het Huis der Koningin, de Hooge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin, de Nationale Schuld, de Onvoorziene uitgaven en de Wet op de middelen, en ééne commissie voor ieder van de overige hoofdstukken der Staatsbegrooting.

Aan de begrootingscommissiën worden tevens verzonden de inkomende wetsontwerpen tot wijziging eener begrooting of tot voorloopige vaststelling eener begrooting en wetsontwerpen tot vervanging van zulke voorloopige vaststelling.

Indien eene begrooting is ingediend voor een tijdperk van twee jaren, worden de in het eerste lid bedoelde leden bij den aanvang der zitting, waarin zoodanige begrooting is ingediend, benoemd voor den duur van deze en van de volgende zitting.

De begrootingscommissies werden in het reglement gebracht bij de herziening van 1909 (toen art. 46). De desbetreffende bepalingen werden in 1919 en 1923 gewijzigd.

Wetsontwerpen tot vaststelling van bijzondere begrootingen (Begrootingen Vestingstelsel, Tiendfonds, Algemeene Landsdrukkerij, Staatsmuntbedrijf, Artillerie-inrichtingen, Leeningfonds, Zuiderzeefonds, Pensioenfonds, Staatsbedrijf Posterijen, Telegrafie en Telefonie, Staatsboschbedrijf,

*) Vgl. o.a. Hand. 1923—24, blz. 15; Hand. 1924—25, blz. 18.

254

Sluiten