Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 64. en stelt zoodanige beslissing aan de Kamer voor, als de aard der stukken medebrengt. Deze stukken worden gedrukt en aan de leden rondgedeeld, tenzij de Kamer besluit ie alleen ter griifie neder te leggen. *)

(Art. 49 1888; art. 43 1874, 1872, 1852; art. 41 1851; art. 24 1849, 1846, 1842.)

De verplichting des Voorzitters om in de vergadering mededeeling te doen van alle sedert de vorige vergadering ingekomen stukken, is in 1842 in het reglement gebracht. In het overzicht van de beraadslagingen bij de reglementsherziening van 1842, samengesteld door den voorzitter der herzieningscommissie, vindt men hieromtrent aangeteekend: „Hoeveel men ook bij het reglement aan den Voorzitter heeft willen overlaten, heeft men gemeend aan denzelve de verpligting te moeten opleggen, om alle de bij hem ingekomen stukken in de eerstvolgende bijeenkomst aan de Vergadering mede te deelen; het moet toch niet van den Voorzitter afhangen om stukken, aan de Vergadering gerigt, al ware het slechts voor korten tijd, aan hare kennisgeving te onttrekken."

Een aan de Kamer gericht schrijven, met het oog op den voor de Kamer beleedigenden inhoud, ter zijde gelegd. Hand. 1920—21, blz. 2441.

Ter griffie nedergelegde stukken. Publicatie daarvan door leden der Kamer, is niet geoorloofd. Wel kunnen de leden daarvoor permissie vragen aan de Regeering door tusschenkomst van den Voorzitter. Hand. 1911—12, blz. 1644—1645.

In 1914 werd een ter griffie gedeponeerd rapport in zijn geheel in een blad gepubliceerd. Dat is ongeoorloofd, al staat op het stuk niet „geheim". Ter griffie nedergelegde stukken mogen wel, zeide de Voorzitter, „zoolang de betrokken Minister zich daartegen niet verzet, door de leden bij het openbaar debat worden gebruikt, maar het gaat niet aan om die eenvoudig in een blad op te nemen. Dat is, om geen sterker woord te bezigen, in lijnrechten strijd met de bedoeling, waarmede de stukken ter griffie zijn gedepo-

1) Benoeming van eene commissie uit de Kamer om na te gaan, welke van de door den Minister van Koloniën ingezonden stukken betreffende de suikercultuur op Java geschikt zijn om te worden gedrukt: Hand. 1862—63, blz. 193—194; 207—208; 240 en 246.

266

Sluiten