Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 67. Moties van orde. Over moties wordt alleen in dit artikel

van het reglement gesproken. De bewoordingen van het artikel zijn echter niet duidelijk. Genoemd worden moties „betreffende het voorstel in behandeling" en „tot schorsing der beraadslaging"; voor deze twee soorten van moties wordt eene onderling afwijkende wijze van voorstellen en ondersteunen voorgeschreven. De vraag rijst dadelijk: wat zijn moties betreffende het voorstel in behandeling en is het niet vanzelf sprekend, dat daaronder moties tot schorsing der beraadslaging vallen? De geschiedenis van het reglementsartikel geeft hieromtrent wel eenig, maar niet veel licht.

In het reglement van 1842 stond, dat van de orde der spreekbeurten kon worden afgeweken „wanneer men oordeelt, dat van het reglement van orde wordt afgeweken". In 1846 werden de geciteerde woorden vervangen door „om eene motie van orde te doen". Volgens de toelichting moest onder motie van orde worden verstaan zoowel het voorstel tot handhaving der orde bij de beraadslagingen, als het voorstel betrekkelijk het nauwgezet in acht nemen en doen naleven van het reglement en was de wijziging gewenscht om onmiddellijk het woord te kunnen krijgen niet enkel om eene afwijking van het reglement te kunnen bestrijden, maar ook tot het doen van iedere motie, welke de orde der beraadslagingen betreft, bijv. het voorstel om de beraadslaging te verdagen. Bij de reglementsherziening van 1872 werd „motie van orde" vervangen door „motie van orde betreffende het voorstel in behandeling". De gedachtenwisseling over deze wijziging geeft geen licht omtrent de beteekenis van de woorden „betreffende het voorstel in behandeling"; er kan alleen uit worden afgeleid, dat men wilde voorkomen, dat moties als die van den heer Keuchenius in 1866J) incidenteel in het debat konden worden gebracht. Aangezien niet blijkt van eene andere zienswijze ten aanzien van de soort van moties die met afwijking van de orde der spreekbeurten kunnen worden voorgesteld, dan die, welke in 1846 werd gehuldigd, mag worden aangenomen, dat als zoodanige moties zijn te beschouwen alle

*) Motie omtrent de uittreding van den Minister van Koloniën (benoemd tot Gouverneur-Generaal) uit het Kabinet. Hand. 1866—67, blz. 63.

272

Sluiten