Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 67

2174, 2212—2217; Hand. 1924—25, blz. 73, 1020, 1366 en 1367.

Andere moties dan die betreffende het voorstel in behandeling (daaronder begrepen die tot schorsing) kunnen niet met verbreking van de orde van spreekbeurten worden voorgesteld; zij kunnen door een lid alleen worden voorgesteld, als hij in de orde der spreekbeurten aan het woord is1); van zulke moties kan afzonderlijke behandeling op een lateren dag pas geven (Vgl. o. a. Hand. 1921—22, blz. 305, 394, 2144, 2234 en 2249, 2299, 2418; Hand. 1922— 23, blz. 2291; Hand. 1923—24, blz. 922, 1455, 1494, 1686, 2081—2082; Hand. 1924—25, blz. 80—81, 1390).

Voor de moties betreffende het voorstel in behandeling heeft latere behandeling geen zin; zij eischen uit den aard der zaak dadelijke afdoening. Toen dan ook op 8 April 1903 door een lid werd voorgesteld om de behandeling van eene motie tot uitstel van de behandeling van eén aan de orde zijnd wetsontwerp tot later uit te stellen, werd dit verzoek door den Voorzitter en anderen bestreden, wat de intrekking ten gevolge had (Hand. 1902—3, blz. 1125—1126).

Moties worden herhaaldelijk, bij besluit der Kamer, behandeld bij de beraadslaging, waarbij zij zijn voorgesteld (Vgl. o. a. Hand. 1924—25, blz. 577—78). Bij interpellaties komen zij vaak als resultaat der beraadslaging, in stemming (Vgl- o. a. Hand. 1859--60, blz. 611; Hand. 1924—25, blz. 426, 431, 1556, 1616, 1621).

Moties niet of niet voldoende ondersteund, o. a. Hand. 1889—90, blz. 646; Hand. 1891—92, blz. 774; Hand. 1897—98, blz. 1032; Hand. 1900—1, blz. 1527; Hand. 1920—21, blz. 957, 2781, 2782; Hand. 1921—22, blz. 2403; Hand. 1922—23, blz. 519, 520.

Nadat de beraadslaging over eenig onderwerp is gesloten, kan er geen motie van orde betreffende dat onderwerp meer worden ingediend (Voorzitter: Hand. 1921—22, blz. 1429).

Moties van orde kunnen alleen voorgesteld en in behandeling gebracht worden ten gevolge van eene voorafgegane discussie (Voorzitter: Hand. 1909—10, blz. 1315). In over-

!) Discussie over de vraag, of eene motie wel met verbreking van de orde der spreekbeurten had mogen worden voorgesteld: Hand. 1920—21, blz. 848—849.

274

Sluiten