Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- Artt. 69—70. Art. 69. Wanneer de Voorzitter het verzoekt, zijn de leden verplicht op hunne zitplaatsen te gaan zitten en is de spreker verplicht van de spreekplaats te spreken.

Dit artikel is in 1919 in het reglement gebracht. Het werd als volgt toegelicht: „Het is somtijds, met name bij het houden van stemmingen1), wenschelijk, dat de leden op hunne plaats gaan zitten. Dat een spreker van de spreekplaats spreekt, kan gewenscht zijn ten einde den Voorzitter beter in de gelegenheid te stellen hem te verstaan of tegen stoornis te beschermen."

Vgl. voor de toepassing van het artikel o. a. Hand. 1921—22, blz. 376, 509; Hand. 1923—24, blz. 298; Hand. 1924—25, blz. 1371.

Art. 70. De spreker mag in zijne rede niet gestoord worden, tenzij hij aan het opvolgen van het Reglement van Orde moet worden herinnerd.

(Art. 54 1888; art. 48 1874, 1872, 1852; art. 46 1851; art. 34 1849; art. 32 1846 en 1842.)

Interrupties.2) De Voorzitter (mr. van Bylandt) zeide, dat wanneer men herhaaldelijk interrumpeert, zoodat als het ware eene conversatie ontstaat, hij zich daartegen met nadruk moest verzetten (Hand. 1909—10, blz. 690). De Voorzitter (mr. Roëll) zeide op 11 Maart 1909: „Zij (interrupties) kunnen haar nut hebben, wanneer daardoor redevoeringen worden uitgespaard, bijv. bij een kalm debat, als voor degenen, die in eersten aanleg hebben gesproken, daardoor een repliek kan worden uitgespaard. Interrupties hebben echter ook verschillende nadeelen: vooreerst, dat zij den spreker, die aan het woord is, dikwijls prikkelen en er allicht een soort van samenspraak en zelfs twistgesprek uit voortvloeit." Voor den Voorzitter leveren interrupties de moeilijkheid op om op het gepaste oogenblik tusschenbeiden te komen; zij kunnen hem ook nopen èn spreker èn hem, die interrumpeert, daarover te onderhouden. Hand. 1908—9, blz. 1765.

1) Vgl. de aanteekeningen bij art. 82.

2) Vgl. o. a. Hand. 1900—1, blz. 518; Hand. 1903—4, blz. 1443; Hand. 1908—9, blz. 2198.

280

Sluiten