Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beweegreden eerst behandeld. In Juni 1870 werd een Artt. 90—92 wetsontwerp behandeld, dat wijziging van de wet op de rechterlijke organisatie van 1861 ten doel had, welke laatste wet wel in het Staatsblad was opgenomen, maar waaraan geen uitvoering was gegeven. De heer Fokker stelde voor om door verwerping van de considerans van het wetsontwerp uit te drukken, dat de Kamer geen wijziging wilde van eene wet, welker geheele intrekking zij wenschelijk oordeelde. Hij wilde ook, dat over de considerans eerst vóór de behandeling der artikelen werd gestemd. De Kamer trad in dit voorstel. De beweegreden werd verworpen en het wetsontwerp ingetrokken. (Dit is een sterk voorbeeld van opzettelijke afwijking van de goede regels van het reglement. Verwerping van het wetsontwerp, na regelmatige behandeling, ware hier de juiste weg geweest. Daarnevens zou in aanmerking zijn gekomen het voorstellen van eene motie, waarin werd uitgedrukt, dat men de wet van 1861 wilde hebben ingetrokken.] Hand. 1869—70, blz. 1775.

Art. 91. Bij de beschouwingen over het onderwerp in het algemeen komen uitsluitend de algemeene strekking en het geheel van het voorstel in aanmerking. De Kamer kan mede tot eene afzonderlijke beraadslaging over elke der hoofdafdeelingen van het voorstel besluiten. J»

(Art. 68 1888; art. 62 1874, 1872, 1852; art. 60 1851; art. 29 1849.)

Bij zeer belangrijke en omvangrijke wetsontwerpen worden door den Voorzitter wel gedetailleerde voorstellen gedaan omtrent de indeeling van de beraadslaging, waarbij wordt bepaald, welke onderwerpen bij de algemeene beraadslaging en welke bij de hoofdafdeelingen van de wetsontwerpen zullen worden behandeld. Als voorbeeld worde verwezen naar de voorstellen des Voorzitters omtrent de beraadslaging over de wetsontwerpen betreffende het Arbeidscontract (Hand. 1905—06, blz. 1231), tot wijziging der Kieswet, van de Provinciale Wet en van de Gemeentewet in de zitting 1920—21 (Hand. blz. 2905—2906) en omtrent de voorstellen tot Grondwetsherziening (Hand. 1921—22, blz. 211—212).

Art. 92. De beraadslaging over de artikelen heeft, behoudens het bepaalde bij art. 52, in hunne volgorde plaats, zoodanig dat bij ieder

309

Sluiten