Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 94—95. dien ouden tijd (Vgl. art. 30 van de aangehaalde reglementen) geoorloofd; na 1849 niet meer. Vgl. verder het aangeteekende bij art. 66.

Art. 95. De Voorzitter onderwerpt de voorgestelde wijzigingen gelijktijdig met het artikel of het onderdeel, waarop zij betrekking hebben, aan de beraadslaging.x)

. (Art. 73 1888; art. 66 1874, 1872, 1852; art. 64 1851; art. 30 1849.)

Tot welke onderwerpen strekt zich het recht van amendement der Kamer uit, m. a. w.: Waarop kunnen, behalve op voorstellen des Konings (art. 113 der Grondwet), amendementen worden voorgesteld?

1°. Op voorstellen van wet, door leden der Kamer gedaan. Vgl. artt. 117 en 118 der Grondwet, en art. 109 reglement van orde, waar 'dezelfde behandeling wordt voorgeschreven als voor voorstellen des Konings is bepaald;

2°. Op voorstellen tot het houden van enquête (Vgl. art. 150, juncto art. 109 reglement van orde en het bij eerstgenoemd artikel aangeteekende);

3°. Op conclusiën van verslagen van commissiën uit de Kamer (Vgl. art. 102 reglement van orde en het daarbij aangeteekende en art. 147);

4°. Op adressen der Kamer (Vgl. art. 120 reglement van orde en het daarbij aangeteekende).

Op moties van orde kunnen geen amendementen worden voorgesteld (Vgl. de aanteekeningen bij art. 67). Ook niet op „Vraagpunten" (Vgl. het aangeteekende bij art. 52).

Dit artikel geeft verder aanleiding tot de behandeling dezer vragen:

I. Is het voor het in beraadslaging brengen van een amendement noodzakelijk, dat de voorsteller in de vergadering tegenwoordig zij?

II. Wat is onder „wijziging" te verstaan; zijn alle wijzigingen toelaatbaar; hoever gaat het recht van amendement?

Ad I. Vóór 1872 was het regel, dat, indien de voorsteller van een vroeger ingediend amendement op het tijdstip, dat

1) Indien er twee amendementen van dezelfde strekking zijn ingediend, komt er maar één in behandeling. Vgl. o.a. Hand. 1911—12, blz. 222 en 495; Hand. 1924—25, blz. 308, 746

312

Sluiten