Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit in behandeling moest komen, niet in de vergadering Art. 95 tegenwoordig was, zoodanig amendement ter zijde werd gesteld. Hij was dan toch niet in de gelegenheid om het toe te lichten en zonder toelichting kon het amendement niet wel worden beoordeeld. In de zitting 1869—70 werden verscheidene amendementen van een lid der Kamer, wegens zijne afwezigheid, niet in overweging genomen. Dit lid, dat door ongesteldheid verhinderd was geweest tegenwoordig te zijn, beklaagde zich daarover later zeer (Hand. 1869—70, blz. 1130, 1141, 1189—1191). De Voorzitter, mr. Dullert, zeide daaromtrent, dat eene wijziging schriftelijk ter griffie kan worden ingezonden, ten einde de Kamer er op voor te bereiden, maar dat de wijziging daardoor nog geen onderwerp van beraadslaging in de Kamer werd; zij werd het eerst dan, wanneer zij, na door den voorsteller, ingevolge het reglement van orde te zijn toegelicht, behoorlijk wordt ondersteund (blz. 1190). Bij de herziening van het reglement in 1872 werd zorg gedragen, dat zoo iets niet meer kon voorkomen. De woorden „indien hij tegenwoordig is" in het eerste lid van het tegenwoordige art. 96, zijn toen ingevoegd met het bepaalde doel om te doen uitkomen, dat ook bij de afwezigheid van den voorsteller van een ingediend amendement en dus bij gemis van toelichting of van de gelegenheid daartoe van zijne zijde, dat amendement een onderwerp van beraadslaging kan uitmaken (Zitting 1870—71, bijl. 34, n°. 1, blz. 388).

Sedert werd eene enkele maal, op 16 Maart 1905 (Hand. 1904—5, blz. 1378) onder het voorzitterschap van den heer Mackay, een amendement als vervallen beschouwd, toen de voorsteller op het oogenblik, dat het aan de orde moest komen, niet tegenwoordig was *), maar in overeenstemming 1J Ook is het voorgekomen, dat, toen de voorsteller van een gedrukt rondgedeeld amendement niet in de vergadering tegenwoordig was, een ander lid het amendement overnam, om het toe te lichten. Hand. 1900—1, blz. 276; Hand. 1904—5, blz. 1378; Hand. 1922—3, blz. 2215. Ter griffie ingezonden en gedrukt rondgedeelde amendementen zijn ook wel eens, op al of niet publiekelijk geuit verlangen van de voorstellers, in de openbare vergadering als niet ingediend beschouwd: amt. VAN KERKWIJK op de kiestabel bij de Grondwetsherziening van 1886—87 (bijl. 6, n°. 152 der Add. Artt.); amt. PlJNAPPEL-LOHMAN op art. 27 der Kieswet (zitting 1895—%, bijl. 27, n°. 45; Hand. blz. 1356); amt. DE SAVORNIN LOHMAN op art. 71 der Ongevallenwet (zitting 1900—1, bijl. 26, n°. 11; Hand. blz. 162).

313

Sluiten