Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 95. amendement, waarbij een nieuwe post a ƒ 10 000 werd gebracht op

hoofdstuk V der Staatsbegrooting voor 18%: Hand. 1895—96, blz. 520;

amendement-Lieftinck c.s. op hoofdstuk IX der Staatsbegrooting voor 1903, tot invoeging van een nieuw art. 2306is a ƒ 10 000. Hand. 1902—3, blz, 873 (bestreden door den heer van Alphen op grond, dat het bij amendement voorstellen van begrootingsposten inconstitutioneel is, nl. treden in de bevoegdheden der Regeering);

amendement om posten van hoofdstuk IX der Staatsbegrooting voor 1897 te wijzigen, ook voor zooveel de omschrijving betrof. Hand. 1896—97, blz. 596—8;

amendement tot vermindering van het bedrag van een begrootingsartikel Van hoofdstuk VIII der Staatsbegrooting voor 1919. Hand. 1918—19, blz. 1321;

amendement om een memoriepost, later een post tot een bedrag van ƒ 1 000 000 op de Oorlogsbegrooting te brengen (voor de mobilisatieslachtoffers). Hand. 1920—21, blz. 1090;

amendement-Boon op hoofdstuk X der Staatsbegrooting voor 1925. Hand. 1924—25, blz. 746, 787;

amendementen-Marchant-Oud op hoofdstuk VIII der Staatsbegrooting voor 1925 (vermindering van posten). Hand. 1924—25, blz. 1337, 1348, 1350;

amendement-Hiemstra op de begrooting van het Staatsboschbedrijf voor 1925 (Verhooging van een post). Hand. 1924—25, blz. 1383;

amendement-Bierema op de begrooting van het Zuidcrzeefonds voor 1925 (verandering van een uitgetrokken bedrag in een memoriepost). Hand. 1924—25, blz. 1386.

LXI. AMENDEMENTEN OP BEWEEGREDEN VAN WETSONTWERPEN.

Ook op de beweegreden, als deel uitmakende van de wetsontwerpen, kunnen amendementen worden voorgesteld (art. 98 van het Reglement van Orde zegt „dat wanneer niemand meer wijzigingen in het aan de orde zijnde artikel of in de beweegreden wenscht voor te stellen", de beraadslaging wordt gesloten).

Hieronder volgen eenige antecedenten: Hand. 1849, blz. 829; Hand. 1851—52, blz, 709, 971, 1204 en 1323; Hand. 1852—53, blz. 447; Hand. 1853—54, blz. 144 en 710; Hand. 1857—58, blz. 387; Hand. 1861—62, blz. 146 en 567; Hand. 1869—70, blz. 1089; Hand. 1892—93, blz. 1550; Hand. 1894—95, blz. 788; Hand. 1902—3, blz. 1003; Hand. 1918—19, blz. 3128—9; Hand. 1919—20, blz. 194.

Wijziging in de beweegreden gebracht tengevolge van de verwerping van een artikel van een wetsontwerp: Hand. 1923—24, blz. 1947.

Ten aanzien van de vraag, of, wanneer de Regeering wijziging van eene belasting, van eene wet of van artikelen van eene wet voorstelt, afschaffing dier belasting of geheele intrekking der wet of der te wijzigen artikelen kan worden voorgesteld, vergelijke men de antecedenten

330

Sluiten