Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verleend, werd in 1851 in het reglement gebracht. Men Art. 96. hechtte er toen groote waarde aan, dat de namen der leden, die het in behandeling brengen goedkeurden, werden genoemd en gekend. „Het ondersteunen van een amendement moet niet", schreef de commissie voor de herziening in genoemd jaar, „in eene ijdele formaliteit ontaarden, niet eene plichtpleg ing van het eene lid jegens het andere zijn." Dat ondersteuning steeds in dezen geest plaats heeft, kan niet worden geconstateerd. Zij geschiedt juist dikwijls eenvoudig uit beleefdheid om althans bespreking der zaak mogelijk te maken, wat ook hieruit blijkt, dat vaak leden, die een voorstel hebben ondersteund, er zich bij de stemming tegen verklaren. Vgl. o. a! Hand. 1921—22, blz. 272 en 280, 326 en 377, 393, 669 en 797, 939 en 942; Hand. 1923—24, blz. 2037 en 2038, 2329 en 2336, 2421 en 2422; Hand. 1924—25, blz. 331 en 335.

Sub-amendementen (Vgl. het aangeteekende bij art. 98)

moeten ook worden ondersteund. Vgl. o. a. Hand. 1875 76,

blz. 1160, 1163; Hand. 1888—89, blz. 74; Hand. 1922—23, blz. 2394.

(Andere voorwaarden waaraan eene voorgestelde wijziging moet voldoen om in behandeling te komen, zijn besproken onder „grenzen van het recht van amendement" bij art. 95.)

Vierde lid. Dit lid is in het reglement gebracht bij de herziening van 1909. Doel der bepalingen is om te bevorderen, dat gedurende de beraadslaging alleen behoorlijk voorbereide amendementen in behandeling komen.

Aangezien § 6 niet in dit lid is genoemd, zijn de bepalingen niet van toepassing op amendementen betreffende begrootingsontwerpen.

«n het bevat derhalve ook geen bepalingen of zoodanige voorstellen moeten worden ondersteund. De ratio legis van het ondersteunen van amendementen en moties — het dadelijk ter zijde stellen van voorstellen, die geen eenigszins afdoenden bijval vinden — geldt evenzeer voor andere voorstellen dan amendementen en moties. In den regel wordt dan ook voor deze voorstellen ondersteuning geëischt. Vgi. o. a. een voorstel om op een Maandagmiddag en -avond te vergaderen (Hand. 1915—16, blz. 1457) en een voorstel tot verdaging van de vergadering, dat wegens niet voldoende ondersteuning niet in beraadslaging kwam (Hand, 1921—22, blz. 258).

22

337

Sluiten