Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der leden om afzonderlijk te stemmen over bepaalde Art. alinea's van een artikel, dat niet gesplitst in beraadslaging was gebracht, verworpen. Hand. 1924—25, blz. 1901.

Verste strekking. „De wijziging, die de verste strekking heeft, heeft den voorrang." Blijkbaar wordt bedoeld de wijziging, die het verst van het oorspronkelijke voorstel afwijkt (Vgl. Voorzitter mr. Cremers, Hand. 1886—87, blz. 1279). Dikwijls echter valt het moeilijk dit uit te maken. Bij begrootingen moest volgens den Voorzitter, mr. Dullert, in den regel een amendement gerekend worden de verste strekking te hebben, naarmate eene grootere som van de begrooting afgenomen of er aan toegevoegd wordt (Hand. 1874—75, blz. 170). Maar wanneer nu op een begreotingspost tegelijk vennmdering en vermeerdering wordt voorgesteld, welk voorstel moet dan den voorrang hebben? Men zal zeggen datgene, waarbij het de grootste som, en dus de verste afwijking geldt. Maar indien de te vermeerderen met de te verminderen som gelijk staat? Een vaste regel is niet te stellen, te minder daar ook andere beschouwingen dan het bedrag van het cijfer betreffende, van invloed kunnen zijn op het verleenen van den voorrang. In de vergadering van 14 December 1880 werd eerst over een amendement tot vermindering van art. 110 van hoofdstuk V der Staatsbegrooting met f2000, daarna over een amendement tot vennindering van dat artikel met ƒ4000 gestemd. Hand. 1880—81, blz. 711.

Toen op 1 Juni 1893 twee amendementen in stemming kwamen, waarvan op het eene punt het eene, op een ander punt het andere het meest van de Regeeringsvoordracht afweek, bracht de Voorzitter het eerst voorgestelde amendement het eerst in stemming. Hand. 1892—93, blz. 1297.

Beraadslagingen over de volgorde — verste strekking

van amendementen: vgl. o. a. Hand. 1885—86, blz 950—2' Hand. 1888—89, blz. 951.

Regeling van de volgorde der stenuning over een groot aantal amendementen (op art. 4 der Kieswet-Tak): Hand 1893—94, blz. 989.

Sub-amendement Een sub-amendement (in art. 98 ondergeschikte wijziging genoemd) is een amendement, niet

349

Sluiten