Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 100-102. wordt het wetsontwerp, zooals het na afloop van zijne eerste behandeling luidt, gedrukt rondgedeeld.

Herziening der Ongevallenwet 1901 (1920—21: bijl. 581. Hand. 1920 —21, blz. 1742, 1846;

wijziging van de Successiewet (1920—21: bijl. 59). Hand. 1920 21

blz. 1968, 2059;

. wijziging van de Kieswet, de Provinciale wet en de Gemeentewet (1920—21: bijl. 370). Hand. 1920—21, blz. 2958, 2960, 2966;

herziening der Grondwet (1921—22: bijl. 90). Hand. 1921—22, blz 1283—84;

wijziging der Lager-onderwijswet 1920 (1922—23; bijl. 201). Hand. 1922—23, blz. 1398;

Bioscoopwet (1922—23: bijl. 64). Hand. 1922—23, blz. 1599 en 1702;

Jachtwet (1922—23: bijl. 27). Hand. 1922—23, blz. 1887, 2010;

wijziging van de Kieswet, de Provinciale wet en de Gemeentewet (1922--23: bijl. 376). Hand. 1922—23, blz. 2068;

wijziging der Hooger-onderwijswet (1922—23: bijl. 423). Hand. 1922 —23, blz. 2543;

wijziging en aanvulling der Nijverheidsonderwijswet (1923—24: bijl. 263). Hand. 1923—24, blz. 2119;

wijziging der Motor- en Rijwielwet (1923—24: bijl. 52). Hand. 1923— 24, blz. 2140;

bepalingen omtrent ruilverkaveling (1923—24: bijl. 69). Hand. 1923 —24, blz. 2550, 2562;

vaststelling eener nieuwe Tariefwet (1924—25: bijl. 66). Hand. 1924 —25, blz. 395—96, 474;

Staatsinrichting van Nederlandsch-Indië (wijziging Regeeringsreglement) (1924—25: bijl. 32). Hand. 1924—25, blz. 1606, 1676;

wettelijke regeling opnieuw van de coöperatieve vereenigingen (1924 —25: bijl. 64). Hand. 1924—25, blz. 1740, 1831;

wijziging der Beroepswet (1924—25: bijl. 205). Hand. 1924—25, blz. 1909;

bevordering van de richtige heffing der directe belastingen (1924—25: bijl. 92). Hand. 1924—25, blz. 1909;

wijziging van de Pensioenwet 1922 (1924—25: bijl. 191). Hand. 1924 —25, blz. 1958 en 1992—3.

Art. 101. Veranderingen van het volgnommer der artikelen, noodig geworden door wijzigingen, bij de beraadslaging in een wetsontwerp of voorstel gebracht, zoomede veranderingen in de aanhaling van het nommer der artikelen oi onderdeelen, welke het gevolg daarvan zijn, worden door den Voorzitter der Kamer daarin gebracht.

(Art. 79 1888; art. 72 1874, 1872, 1852.)

• Art. 102. Indien de Kamer besluit, dat van Regeeringswege ingekomen stukken, met uitzondering van die, in art. 147 bedoeld, een bepaald onderzoek vorderen, worden zij gesteld in handen eener Commissie van viji leden, ten einde daarover een verslag op te maken en een besluit aan de Kamer voor te stellen. De leden dier Commissie

358

Sluiten