Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden door den Voorzitter benoemd, tenzij de Kamer anders besluite. Art. 102. De Commissie brengt haar verslag uit binnen twee maanden na den dag, waarop haar voorzitter is benoemd. Indien de Commissie binnen dezen termijn niet gereed kan zijn, vraagt zij verlenging van den termijn. Hierover wordt door de Kamer oi, is deze tot nadere bijeenroeping gescheiden, door den Voorzitter beslist.1)

De hier bedoelde verslagen worden gedrukt en rondgedeeld en in eene openbare vergadering ter tafel gebracht. Op de behandeling van die verslagen zijn de artikelen 76, 88, 2e lid, 89, 94, 95 en 99 toepasselijk, alsmede art. 96, met uitzondering van het tweede en vierde lid.

Na de sluiting der beraadslaging wordt tot de stemming overgegaan, waarbij eerst de voorgestelde wijzigingen en daarna het al dan niet gewijzigd besluit door de Commissie voorgesteld in omvraag gebracht worden. De wijziging, die de verste strekking heeit, heeft den voorrang.

Neemt de Kamer het al dan niet gewijzigd besluit niet aan, dan wordt onmiddellijk overgegaan tot het benoemen eener andere Commissie, met inachtneming van het 1ste lid van dit artikel.

(Art. 80 1888; art. 43 1874, 1872, 1852: art. 41 1851; art. 24 1849, 1846.)

Dit artikel betreft de z.g. „Regeeringsbesdieiden"; dat zijn de stukken, door de Regeering aan de Kamer ingezonden, welke niet betrekking hebben op wetsontwerpen of op vragen, door leden volgens art. 112 van het regTement gedaan en waarvan de inzending geschiedt, hetzij ter voldoening aan grondwettelijke, hetzij aan wettelijke voorschriften2), of wel ter voldoening aan verzoeken van de Kamer (bijv. om inlichtingen in zake verzoekschriften).

Wanneer deze stukken bij de Kamer zijn ingekomen, wordt, behalve ten aanzien van de bescheiden, welke volgens art. 147 van het reglement in handen van de Commissie voor de Staatsuitgaven worden gesteld, door den Voorzitter aan de Kamer een voorstel gedaan omtrent hetgeen verder met die stukken zal geschieden, nl. aannemen voor kennisgeving, of tot onderzoek stellen in handen eener

1) De laatste drie zinnen zijn aangebracht 15 Februari 1924. (Verlenging van den termijn voor het uitbrengen van verslag, o. a. Hand. 1924—25, blz. 1455.)

2) Vgl. blz. 185.

Stukken, die niet officieel bij de Kamer zijn ingezonden, b.v. een door de Regeering uitgegeven, maar niet bij de Kamer ingezonden verslag, kunnen niet in handen eener commissie worden gesteld. Vgl. o. a. Hand. 1920—21, blz. 2196.

359

Sluiten