Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art, 102. menten en amendementen op de alinea's eener conclusie en tot slot over de gewijzigde conclusie in haar geheel: Hand. 1881—82, blz. 847.

Volgens het laatste lid kan voor eene zaak eene nieuwe commissie alleen worden benoemd *) na verwerping van de conclusie van het verslag der commissie en van alle andere voorgestelde conclusies. Eenige malen heeft dit geval zich voorgedaan. Vgl. Hand. 1851—52, blz. 1122—3 en 1125; Hand. 1858—59, blz. 753, 757 en 775; Hand. 1862—63, blz. 714 en 725; Hand. 1922—23, blz. 1761 en 1771.

In 1920 is het voorgekomen, dat vóór de stemming over eene conclusie door den Voorzitter was aangekondigd, dat bij verwerping der conclusie geacht zou worden besloten te zijn om de Regeering voor de gegeven inlichtingen dank te zeggen. Dit had ten gevolge, dat, toen de verwerping plaats had, eene nieuwe commissie niet behoefde te worden benoemd (Hand. 1919—20, blz. 1428—30 en 1486—7).

In afwijking van de laatste twee alinea's van het artikel werd in de vergadering van 25 Juni 1919, vóór de stemming over de conclusie van het verslag eener commissie, besloten den Voorzitter te verzoeken eene andere commissie te benoemen. Hand. 1918—19, blz. 2750—2; benoeming van de nieuwe commissie, blz. 2810.

Commissies tot onderzoek van Regeeringsinlichtingen op adressen, kunnen voorstellen nader in hare handen gestelde adressen aan de Regeering om inlichtingen te zenden, voordat zij omtrent de inlichtingen aan de Kamer definitief rapport uitbrengen. Over dat voorstel beslist de Kamer. Vgl. o. a. zitting 1920—21, bijl. 212, n°. 1; Hand. 1924—25, blz. 1719; bijl. 230, n°. 2. Zijn de nadere inlichtingen der Regeering bij de Kamer ingekomen, dan worden zij gesteld in handen der commissie, benoemd tot onderzoek van de oorspronkelijk verstrekte inlichtingen. Vgl. o. a. Hand. 1921—22, blz. 210.

Verlangt eene commissie om andere redenen nadere inlichtingen, dan moet zij een besluit van de Kamer vragen bij een daartoe strekkend verslag. Vgl. o. a. zitting 1911—12, bijl. 176, n°. 3; 1918—19, bijl. 152, n°. 1.

J) Vóór 1888 was benoeming eener nieuwe commissie niet door het reglement voorgeschreven, maar zij was reeds gebruik.

364

Sluiten