Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den regel wordt volstaan met verwijzing naar de Artt. 106-109. schriftelijke toelichting. Vgl. o. a. Hand. 1896—97, blz. 694; Hand. 1909—10, blz. 1741; Hand. 1922—23, blz. 1702. Mondelinge toelichting had plaats o. a. Hand. 1881—82 blz. 933.

Art. 107. Het voorstel en de memorie van toelichting worden gedrukt aan de leden rondgedeeld en aan de Ministers toegezonden.

(Art. 85 1888; art. 77 1874, 1872, 1852; art. 74 1851; art. 94 184Qart. 89 1846; art. 86 1842.)

Vgl. o. a. bijl. 1896—97, n°. 153; 1909—10, n°. 271; 1922—23, n°. 392; 1924—25, n°. 352.

Art 108. Op dit voorstel zijn de artt. 20 tot en met 54 van toepassing, met dien verstande, dat hetgeen bij art. 33 omtrent het overleg met de Ministers is bepaald, in dit geval toepasselijk wordt op het overleg met de voorstellers.

Een voorsteller kan geen lid zijn van de Commissie van Rapporteurs, van die van Voorbereiding of van de bijzondere Commissie.

(Art. 86 1888; art. 78 1874, 1872, 1852; art. 75 1851; art. 95 1849art. 90 1846; art. 87 1842.)

Ingevolge het toepasselijk verklaren van de artt. 20—54 kunnen voor initiatief-voorstellen ook commissies van voorbereiding of bijzondere commissies worden benoemd, of kan zulk een voorstel aan eene vaste commissie worden verzonden. Alleen is een paar malen verzending naar eene commissie van voorbereiding voorgekomen. Vgl. zitting 1893— 94, bijl. 55 (Voorstel-Hartogh tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering); zitting 1894—95, bijl. 61 (Voorstel-Pijnappel tot wijziging der Faillissementswet).

Art 109. Bij de beraadslaging over eenig gedaan voorstel heeit de voorsteller het recht telken reize de sprekers te beantwoorden.

De artt 76, laatste lid, 93, 96, 97 en 100 vinden overeenkomstige toepassing.

(Art. 87 1888; art. 79 1874, 1872, 1852; art. 76 1851; art 96 1849art. 91 1846; art. 88 1842.)

Ingevolge het laatste lid zijn o. a. de bepalingen betreffende het in beraadslaging komen van amendementen en

367

Sluiten