Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 112. van op grond van deze bereidverklaring rechtstreeks aan de Regeering gedane en door haar beantwoorde vragen, vond o.a, plaats in Het Volk van 4 en 8 Juni 1917; 13 Juni en 12 Juli 1917j 6 en 14 Juni en 9 Juli; Het Vaderland van 19 Juni 1917; 15 en 28 Juni 1917; De Nieuwe Courant van 27 Juni 1917.

Demissionnaire Ministers beantwoorden geen „vragen". Na de ontslagaanvrage van het Ministerie in 1921 (Vgl. Hand. 1920—21, blz. 2874 en den in de bijlagen dezer zitting na n°. 605 af gedrukt en brief) en tijdens de ministercrisis ontstaan in October 1923, had beantwoording van vragen niet plaats. In beide gevallen zond de Voorzitter wel vragen aan de Regeering door.

Eene „vraag" kan door meer dan één lid worden ingediend (Vgl, o.a. Aanhangsel 1913—14, blz. 91).

Jaarlijks wordt, dadelijk na de opening der zitting, de tijd voor het doen van mondelinge vragen bepaald. Vóór September 1911 was dit Vrijdags te 3^; na dien tijd wordt daartoe steeds aangewezen elke Vrijdag, waarop de Kamer vergadert, te 3% uur. (Vgl. Hand. 1924—25, blz. 18). Tegenwoordig worden meestal „vragen" schriftelijk gedaan en schriftelijk beantwoord; het mondeling stellen en beantwoorden van „vragen" is uitzondering. Vgl. voor deze laatste o.a. Hand. 1917—18, blz. 2178; Hand. 1918—19, Aanhangsel, blz. 327, 337; Hand. 1919—20, Aanhangsel, blz. 293; Hand. 1922—23, Aanhangsel, blz. 63; Hand. 1924—25, Aanhangsel, blz, 95—97 (Vragen van nadere opheldering o.a. Aanhangsel 1918—19, blz. 327; Hand. 1922—23, blz. 53; Hand. 1924—25, blz. 95, 96).

Indien er eene dringende reden toe bestaat, wordt bij hooge uitzondering wel eens toegestaan op een anderen tijd dan Vrijdag kwart voor vier, mondeling vragen te doen (Vgl. o.a. Hand. 1913—14, blz. 2567, 2578; Hand. 1917—18, blz. 167; Hand. 1918—19, blz. 2440).

Vragen van overleden of afgetreden leden worden ook beantwoord. Vgl. vragen van den heer van Doorn (overleden 5 April, beantwoord 15 April 1921) (Aanhangsel 1920—21, blz. 223); vragen van den heer Kolthek (afgetreden 18 September, beantwoord 19 September 1922 (Aanhangsel 1922— 23, blz. 6).

376

Sluiten