Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 122-123. Het adres ol de voordracht wordt schriftelijk aan den Koning toegezonden, indien Hij zich niet ter plaatse bevindt, waar de Kamer vergadert.

(Art. 99 1888; art. 90 1874, 1872, 1852; art. 87 1851; art. 107 1849; art. 101 1846; art. 98 1842.)

De adressen van gelukwensen bij gelegenheid van de 25-jarige regeeringsjubilea van Koning Willem 111 en van H. M. Koningin Wilhelmina, en dat bij de geboorte van prinses Juliana, zijn aan de(n) Koning (in) aangeboden door de Kamer en corps.

HOOFDSTUK VIL

VAN HET DOEN VAN BENOEMINGEN, VOORDRACHTEN OF KEUZEN VAN PERSONEN.

Art. 123. Bij iedere stemming over personen voor de benoemingen of voordrachten, in de Grondwet vermeld 1), benoemt de Voorzitter vier leden tot stemopnemers. Nadat de Voorzitter het getal der tegenwoordig zijnde leden en de eerstbenoemde der stemopnemers dat der in de bus gevonden stembriefjes hebben opgegeven, wordt achtereenvolgens ieder stembriefje door de twee eerstbenoemde stemopnemers opgelezen. De beide andere teekenen de stemmen op. Ten slotte maakt de eerstbenoemde der stemopnemers den uitslag der stemming bekend. Bijvoegingen op het stembriefje, welke niet tot bet doel der stemming strekken, worden niet opgelezen.

(Art. 100 1888; art. 91 1874, 1872, 1852; art. 88 1851; art. 45 1849; art. 46 1846; art. 45 1842. Vgl. voor Hoofdstuk VII art. XV van 1815.)

De benoemingen en voordrachten, in dit artikel bedoeld, zijn: a. de voordrachten voor de benoeming van den Voorzitter der Kamer en voor leden van den Hoogen Raad en van de Algemeene Rekenkamer; b. de benoeming van den Griffier der Kamer (Artt. 89, 100, 164, 180 G.W.). Bij vacature in den Hoogen Raad zendt dat College aan de Kamer eene lijst van aanbeveling van personen, die z. i. voor de vervulling der vacature in aanmerking komen. Vgl. o. a. 1921—22, bijl. 58, Hand. blz. 111; 1922—23, bijl. 487, Hand. 2581—2; 1924—25, bijl. 289, Hand. blz. 1428—29.

De Kamer is echter geheel vrij in hare keuze. Zij heeft wel eens iemand op eene nominatie voor den Hoogen Raad

1) De bepalingen van dit hoofdstük zijn ook van toepassing op de benoemingen van personen, niet in de Grondwet vermeld. Vgl. art. 133.

382

Sluiten