Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geplaatst, die het radicaal voor eene benoeming in dat Art. 123. College miste. Vgl. Hand. 1858—69, blz. 237—243, 271, 280—2.

Wanneer achtereenvolgens twee nominaties moeten worden opgemaakt voor twee vacatures in eenzelfde college, mogen dan op de tweede nominatie dezelfde personen gebracht worden, die reeds op de eerste voorkomen? Indien dit geschiedt, kan het 's Konings keuze beperken. 28 Nov. 1855 handhaafde de Kamer echter de vrijheid harer leden om te stemmen op wien zij willen (Hand. 1855—56, blz. 218—9).

Tevens werd eene bij deze gelegenheid voorgestelde motie om de tweede nominatie eerst op te maken als de keuze des Konings omtrent de eerste bekend zou zijn, verworpen. Een voorstel om te stemmen: eerst voor den eersten candidaat der 1ste nominatie en daarna voor den eersten candidaat der 2de nominatie en evenzoo voor de tweede en derde candidaten, werd niet ondersteund. Hand. 1855—56, blz. 215.

In de zitting 1910—11 werden in eene vergadering ook twee nominaties opgemaakt. Als tweede candidaat werd op beide nominaties dezelfde persoon geplaatst. Hand. 1910— 11, blz. 2443—4.

Is de Kamer, wanneer zij van eene vacature in den Hoogen Raad in kennis is gesteld, verplicht een voordracht voor een nieuw lid op te maken, of kan zij dat uitstellen tot een bepaalden of ombepaalden tijd? Uitstel tot een bepaalden tijd. Voorstel daartoe en dienovereenkomstig besloten: Hand. 1878—9, blz. 56—57.

Onbepaald uitstel. Voorstel biertoe en besluit het uitstel niet te doen plaats hebben: Hand. 1921—22, blz. 9—11.

Uit eene door de Kamer aangeboden voordracht voor een lid van den Hoogen Raad, wordt door de Koningin benoemd mr. van S win deren, 1ste candidaat. Deze bedankt. Benoeming ingetrokken. Hand. 1901—2, blz. 78. De Minister van Justitie deelt schriftelijk aan de Kamer mede geen nieuw voorstel tot benoeming aan Hare Majesteit te zullen doen, zonder eene nadere voordracht van de Kamer. Hand. 1901—2, blz. 237. De Kamer maakt eene nieuwe voor-

383

Sluiten