Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van leden zijn wel eens als amendement op die conclusie in behandeling gebracht (Vgl. o. a. Hand. 1904—5, blz. 857, 1137—9 *), Hand. 1905—6, blz. 433, maar in den regel worden zij als zelfstandige voorstellen beschouwd (Vgl. o. a. Hand. 1888—89, blz. 684; Hand. 1905—6, blz. 433; Hand. 1909—10, blz. 1549—1551; Hand. 1910—11, blz. 373; Hand. 1911—12, blz. 2789; Hand. 1912—13, blz. 2354; Hand. 1916—17, blz. 1125; Hand. 1918—19, blz. 901; Hand. 1921—22, blz. 2239). Ondersteuning door vijf leden wordt meestal gevorderd2) (Vgl. o. a. Hand. 1921—22, blz. 1141, 2239; Hand. 1922—23, blz. 2601, 2706), maar is vroeger niet altijd noodig geacht (Vgl. o. a. Hand. 1905—6, blz. 1449; Hand. 1909—10, blz. 1549—1551; Hand. 1916—17, blz. 1995).

Meermalen is het voorgekomen, dat conclusies van de commissie voor de verzoekschriften vóór die van leden in stemming kwamen, afgezien van de vraag, welke van de conclusies van de verste strekking was (Vgl. o. a. Hand. 1881—82, blz. 1034—1041; Hand. 1890—91, blz. 233—4; Hand. 1904—5, blz. 1141; Hand. 1905—6, blz. 1449; Hand. 1909—10, blz. 1549—1551). In het algemeen echter wordt bij het in stemming brengen der conclusies de regel gevolgd, dat de conclusie van de verste strekking het eerst in stemming komt en verschillende antecedenten doen zien, dat de Kamer het voorstel tot verzenden van een adres aan de Regeering om inlichtingen van verder strekking acht dan het voorstel om over te gaan tot de orde van den dag of tot nederlegging ter griffie. Zoo werden in de vergadering van 2 Mei 1890 omtrent een adres drie conclusies voorgesteld, welke in deze orde in stemming kwamen: 1°. voorstel van een lid tot verzending aan de Regeering om inlichtingen; 2°. voorstel der commissie tot nederlegging ter griffie en toezending van afschrift aan de Regeering; 3°. voorstel van een lid tot eenvoudige nederlegging ter griffie. Uit de omtrent deze orde van stemming gevoerde discussies blijkt, dat men algemeen van gevoelen was, dat de verste strekking de volgorde der stemmingen moet regelen, zoodat de conclusie der commissie alleen den voorrang heelt als zij

*) Het kwam echter niet als amendement in stemming, n.1. vóór de conclusie der commissie, maar deze laatste ging bij de stemming voor.

2) Vgl. art. 96.

396

Sluiten