Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 154. Wanneer de Commissie getuigen verdacht houdt, in hunne Artt. 154-156. onder eede afgelegde verklaringen daadzaken te hebben vervalscht of tegen- de waarheid voorgedragen, wordt daarvan een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt, bevattende de afgelegde verklaringen der getuigen en de aanduiding der gronden, waarop het vermoeden van valschheid berust.

De Commissie stelt een door den Griffier onderteekend afschrift van het proces-verbaal in handen van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank van het arrondissement, waarin het verhoor was gelast.

(Art. 129 1888; art. 122 1874, 1872; art. 124 1852; art. 121 1851.)

Art. 155. De processen-verbaal van verhoor van getuigen of deskundigen, alsmede het afzonderlijk proces-verbaal, in het vorig artikel vermeld, worden door de aanwezige leden der Commissie benevens den Griffier onderteekend. Alle andere acten en schrifturen van de Commissie uitgaande, behalve die waaromtrent de wet van 5 Augustus 1850 (Staatsblad n°. 45) de onderteekening van de aanwezige leden der Commissie vordert, worden door haren Voorzifter en den Griffier onderteekend.

(Art. 130 1888; art. 123 1874, 1872; art. 125 1852; art. 122 1851.)

Art. 156. Na den afloop van het onderzoek, of zoo dikwerf hangende hetzelve de Commissie het noodig oordeelt, of de Kamer daartoe besluit, doet de Commissie van hare verrichtingen verslag aan de Kamer.

De processen-Terbaai der gehouden verhooren en de overige bescheiden van het ingestelde onderzoek worden ter griffie overgebracht.

De processen-verbaal der verhooren worden openbaar gemaakt, tenzij de Kamer daaromtrent anders beslist. De Kamer kan ook de openbaarmaking van andere stokken van het onderzoek bevelen.

(Art. 131 1888; art. 124 1874, 1872; art. 126 1852; art. 123 1851.)

De eerste enquête-commissie (omtrent den zoutaccijns, zitting 1852—53) moest, ten gevolge van de ontbinding der Kamer bij Koninklijk besluit van 20 April 1853, hare werkzaamheden staken. Zij bracht geen verslag uit over het inmiddels door haar verrichte werk.

De overige commissiën brachten alle verslag uit, nadat haar onderzoek geheel was geëindigd. (Getuigenverhooren werden wel tusschentijds, naarmate zij gereed kwamen, openbaar gemaakt.) Die verslagen of de conclusies daarvan werden in de openbare vergadering der Kamer behandeld.

Enquête Zwolsche diep (1856—57). Daar bij het uitbrengen van het verslag enkel tot het drukken en ronddeelen van dat stuk was besloten, deed de heer v. d. Veen later het voorstel om omtrent de daarbij behandelde be-

403

Sluiten