Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALPHABETISCH REGISTER

OP DE DEELEN I EN II.

DE CIJFERS HEBBEN BETREKKING OP DE BLADZIJDEN.

Adressen aan den Koning vóór 1842, 8; behandeling niet meer in comité-generaal, maar openbaar, 22; aanbieding van adressen niet meer door beide Kamers gezamenlijk, maar door de Tweede alleen, 33; regeling voorgesteld in 1871, 65.

Adressen van gelukwensch en van rouwbeklag, 378. — Gedane voorstellen tot het indienen van adressen aan den Koning, 378—379.

Wijze, waarop adressen of voordrachten worden ontworpen, behandeld en aan den Koning aangeboden, 379;—382.

Zie ook Troonrede, Verzoekschriften. Afdeelingen. Secretarissen der afdeelingen, 39. — Voorstellen omtrent den tijd van vernieuwing der afdeelingen, 94, 96,

De afdeelingen zijn ten getale van vijf; tijdstip der eerste loting; nieuwe lotingen in de eerste vergaderingen na Kerstmis en na Paschen (bepalingen hieromtrent vastgesteld in 1919, 122; vroegere regeling, 215); wijze der loting, 215. — Keuze van voorzitters en tweede voorzitters, hunne vervanging bij afwezigheid en zoo zij tot rapporteurs benoemd zijn, 122/123, 216. — Mededeeling der gekozen voorzitters, 216.

De voorzitters der afdeelingen vormen de centrale afdeeling; de Voorzitter der Kamer bekleedt het voorzitterschap; de griffier staat haar bij, 217. — Bevoegdheden der centrale afdeeling, 218— 221, 227, 234, 236. (Zie ook onder Centrale afdeeling).

De gedachtenwisseling in de afdeelingen is als vertrouwelijk te beschouwen, 222—224. (Deze bepaling in 1919 opgenomen, 122.)

Naar eene bijzondere commissie verzonden voorstellen worden niet in de afdeelingen onderzocht, 237. Ook niet de voorstellen, verzonden naar eene vaste commisie. Zie Naschrift (blz. 410—411).

De afdeelingen vergaderen gewoonlijk niet op Zaterdag en Maandag, 256.

Afdeelingsonderzoek. Vóór 1842, 4 en vlg.; 1842, 24; lijst van leden, die bij afdeelingsonderzoek tegenwoordig waren, bij verslagen

413

Sluiten