Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beraadslaging over de artikelen heeft in hunne volgorde plaats, tenzij afwijking noodzakelijk is; ook kan de beraadslaging over een artikel gesplitst worden, 65, 309—311. — Bijzondere volgorde van behandeling van artikelen, 310; voorbeelden, van gesplitste behandeling van artikelen, 310.

Sluiting der beraadslaging over artikelen en beweegreden van voorstéllen, 342—343. — Heropening der beraadslaging en gevaar voor terugkomen op genomen beslissingen, 343. — Gevallen, dat heropening werd geweigerd, 344; toegestaan, 344—346.

Beraadslaging kan plaats hebben over wijzigingen, voorgesteld na de sluiting en vóór de eindstemming over een wetsvoorstel; heropening van de beraadslaging heeft niet meer plaats, nadat de eindstemming voor de tweede maal is uitgesteld, 353—354.

Zie ook Adressen, Woord.

Beweegreden van een voorstel komt in beraadslaging en in stemming na de artikelen, 307, 343. — Aard der beraadslaging over de beweegreden, 308. — Geval van behandeling der beweegreden vóór de artikelen van een voorstel, 309.

Bezwaarschriften omtrent verkiezingen, 197.

Bibliotheek. Het beheer is bij den griffier; het oppertoezicht bij de huishoudelijke commissie, 212.

Boekwerken. Vermelding in het officieel verslag, 264. — Mogen niet mondeling worden aangeboden of aangeprezen, 269; dit geschiedde vóór 1842 wel, 18, 269.

Buitenlandsche Zaken, (Vaste commissie voor de) Ingesteld, 115 117.

— Bepalingen omtrent die commissie, 397—398. Burgerlijk Wetboek. Zie Wetboeken.

Bijeenkomst. Appèl-nominaal op het aanvangsuur, 65; een kwartier daarna, 70; voorstel om weer het aanvangsuur voor appèl-nominaal

aan te nemen, ingetrokken, 80—81; aangenomen in 1909, 109.

Er is eene bijeenkomst wanneer op den vastgestelden tijd geen

een en vijftig leden op de presentielijst hebben geteekend, 262

263. In eene bijeenkomst kan slechts kennis worden gegeven van ingekomen stukken en voorstellen, 263; ook de Staatsbegrooting kan worden aangeboden, 263. — Oplezing en openbaarmaking van de namen der aan- en afwezigen, 262. Uitstel der vergadering tot een nader tijdstip, 263.

Bijeenroeping der Kamer geschiedt door den Voorzitter, zoo dikwijls hij het noodig acht of het schriftelijk door tien leden is verzocht, 256; voorgekomen gevallen, 256—257; bij indiening van een voorstel ingevolge artt. 117 en 118 Grondwet, 366, of van een voorstel tot instelling eener enquête, 399.

Bijzitters, door elke groep van 6 leden uit haar midden aan te wijzen, kunnen de vergaderingen van de commissie van voorbereiding

bijwonen, 249. Deze bepaling in het reglement gebracht, 103.

Bijzitters kunnen aan de beraadslagingen der commissie deelnemen, 250. -

27

417

Sluiten