Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sluiting der zitting. Heeft als gevolg stuiting der werkzaamheden, 41—42, 46, 48, 50—51, 51—53, 54; sluiting geen stuiting meer ten aanzien van alle zaken, ook wetsontwerpen (1871), 70. — Hervatting van werkzaamheden, die onafgedaan zijn gebleven, in de volgende zitting, 408.

Splitsing dïr beraadslaging, 309, 310—311.

Spreekplaats. Voorstel om met eene spreekplaats eene proef te nemen, verworpen, 81; voorstel tot oprichting spreekplaats vervallen, 87, 89; inrichting spreekgestoelte, 279. — Ieder lid spreekt staande en van zijne plaats of van de spreekplaats, 96, 279. — Wanneer de Voorzitter het verzoekt, is de spreker verplicht van de spreekplaats te spreken, 280.

Spreektijden. Contingenteering van spreektijden, 107. — Rantsoeneering van spreektijden, 111—113, 290—292.

Spreker. Zie Woord.

Sprekerslijst. Inschrijving van sprekers voor en tegen bij afwisseling, 43. — Inschrijving op de sprekerslijst, 311. — Verwisseling van spreekbeurten niet geoorloofd, 311—312.

Staatsbegrooting. Opmerkingen en beschouwingen, welke worden opgenomen in het verslag betreffende hoofdstuk I der Staatsbegrooting, 224. Zie verder Begrootingen.

Staatsuitgaven. (Vaste commissie voor de). Ingesteld, 123—124. — Stukken, welke in hare handen worden gesteld, 361, 398. — Bepalingen omtrent die commissie, 398—399.

Staken van stemmen. Zie Benoemingen, Stemming.

Stembrieijes. Bijvoegingen op het stembriefje worden niet opgelezen, 382. — Bij twijfel omtrent de aanwijzing op het stembriefje, beslist de Kamer, 384. — Niet of niet behoorlijk ingevulde stembriefjes zijn van onwaarde, 20, 385. — Is het getal stembriefjes grooter dan het aantal dergenen die stemden, dan kan de verkregen meerderheid ongeldig zijn, 385. — Worden minder dan een en vijftig behoorlijk ingevulde stembriefjes aangetroffen, dan is de stemming nietig, 385. — Zie ook Benoemingen.

Stemming over personen. Zie Benoemingen.

Stemming over zaken. De Voorzitter kondigt de uitkomst der stemmingen aan, 204, 296.

Stemming heeft plaats na de sluiting der beraadslaging, bij hoofdelijke oproeping wanneer een der leden bet verlangt en mondeling, 96, 294; het lot beslist bij welk nommer der presentielijst begonnen wordt; de Voorzitter brengt het laatst zijne stem uit, 294; aanneming zonder hoofdelijke stemming, 294—295. — Voorstel om stemming door zitten en opstaan mogelijk te maken, verworpen, 79; deze wijze van stemmen in 1888 besproken, 94; ingevoerd in 1909, 109, 294. Toepassing en verzet daartegen, 298. — Verandering van uitgebrachte stemmen; verkeerde aankondiging van den uitslag van stemmingen; niet terugkomen op stemmingen

428

Sluiten