Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Voorzitter deelt aan de Kamer mede de voorstellen ingevolge artt. 117 en 118 der Grondwet door leden gedaan en voorstellen tot het instellen van eene enquête, 366, 399.

De Voorzitter geeft aan de Eerste Kamer kennis, wie met de verdediging van een voorstel ingevolge artt. 117 en 118 Grondwet zijn belast geworden, 368,

De Voorzitter noodigt den betrokken Minister uit om tegenwoordig te zijn bij interpellaties, 369,

De Voorzitter deelt bij hem ingediende vragen aan den betrokken Minister mede, tenzij bij hem, wegens vorm of inhoud der vragen, daartegen bezwaar bestaat; bepaalt de wijze van openbaarmaking van de vragen met de antwoorden in de Handelingen, 373—375.

De Voorzitter leidt de werkzaamheden der commissie van redactie voor een adres aan den Koning, 379.

De Voorzitter benoemt drie bijgevoegde leden om een adres aan den Koning aan te bieden; stelt zich zelf aan het hoofd, 381.

De Voorzitter benoemt de stemopnemers, 382, en vier bijgevoegde leden om eene voordracht aan te bieden, 388.

De Voorzitter is van rechtswege voorzitter der commissie voor Buitenlandsche Zaken, 397.

De Voorzitter zorgt voor kennisgeving in de Staatscourant van de benoeming en de ontbinding eener enquête-commissie, 402, 406.

De Voorzitter zorgt, dat de toehoorders zich behoorlijk gedragen, 408.

Voorzitters van aideelingen en commissiën. Zie Aideelingen, Afdeelingsonderzoek, Commissiën.

Vraagpunten. Onder het reglement van 1815, 7—8; voorstel-de Bosch Kemper in 1868 om deze weder in te voeren, 59—60; ingevoerd in 1909, 107, 108.

Beslissing der Kamer over vraagpunten omtrent de hoofdbeginselen, waarop een voorstel berust, 252. — Wijze van behandeling, 252.

De Voorzitter stelt vraagpunten, 204. — Het vragen van het woord over het stellen van het vraagpunt kan de orde der spreekbeurten verbreken, 269.

Vragen. (Doen van vragen aan de Regeering zonder bijzonder verlof der Kamer). Denkbeeld van een „vragendag" in 1888 geopperd, 94. — Vragendag ingesteld, 99—100; bepaling aangebracht omtrent het verzoeken van mondelinge beantwoording, 123, 373. — Tekst van het tegenwoordige artikel, 373. — Uiteenzetting door den Voorzitter, hoe de toepassing van het instituut zal zijn, 374—375. — Vragen gedurende de sluiting der zitting, 375—376; demissionaire Ministers beantwoorden geen vragen, 376.

Wetboeken. Wijze van behandeling der — in 1820, 1827 en 1828, 6—7; dergelijke wijze van behandeling voorgesteld in 1870 voor belangrijke wetsontwerpen, 62—63, verworpen, 68; bijzondere wijze van behandeling voor het Wetboek van Strafrecht in 1879 ingevoerd

436

Sluiten