Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXX

opgenomen om de hoofdelijke aansprakelijkheid vast te stellen. Ongetwijfeld geeft een dergelijke regeling een grooten waarborg aan coöperatieve vereenigingen. Daar de bestuursleden in het algemeen weinig invloed zullen kunnen uitoefenen op de keuze hunner collega's, mocht de vraag gesteld worden of een dergelijke hoofdelijkheid wel geheel billijk was te achten. Aan het bezwaar wordt tegemoet gekomen door de bepaling van art. 32, waardoor aan den rechter de bevoegdheid wordt gegeven bij de vaststelling van het bedrag der verschuldigde schadeloosstelling rekening te houden met de omstandigheid, dat een bestuurder aantoont, dat de geleden schade slechts voor een betrekkelijk gering gedeelte aan zijn schuld of nalatigheid is te wijten.

De artikelen 34—36 behandelen het einde der vereeniging; zn vervangen de artikelen 18, 19 en 21 der wet van 1876. Het met art. 18 correspondeerende artikel 31 van hefc Ontwerp der Staatscommissie was geheel gelijkluidend daarmede; art. 34, 3° wijkt in zooverre af van art. 18, 3°, dat de vereeniging niet meer zal eindigen: „door hare verklaring in staat van faillissement" doch: „door hare insolventie, nadat zij in staat van faillissement is verklaard." Dit is beter met het oog op de mogelijkheid van een accoord.

De regeling van de artikelen 35 en 36 is in wezen gelijk gebleven aan die der wet van 1876. Het eerste artikel betreft de verplichting van de ingeval van liquidatie aansprakelijke personen tot onmiddellijke betaling (indien de aansprakelijkheid statutair geregeld is in elk geval binnen de grenzen daarvan) van hun aandeel in een geraamd tekort, vermeerderd met 50 ten honderd, of zooveel minder als de vereffenaar of de curator voldoende acht, tot voorloopige dekking van een naderen omslag voor de kosten van invordering en voor het aandeel van hen, die in gebreke mochten blijven aan hunne verplichting te voldoen; het tweede bepaalt 1°. dat in geval van liquidatie de vereeniging blijft bestaan, voorzoover dit voor hare vereffening noodig is, waardoor zij, zoowel eischende als verwerende in rechten kan optreden, algemeene vergaderingen kunnen worden gehouden, enz. en 2°. dat

Sluiten