Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1.

2

getal als eene vereeniging met een onbepaald getal leden onder de bepaling valt. De statuten moeten dit punt regelen." V. C. v. R. (1876) § 4.

b. „De Minister was van oordeel, dat de bepaling van een vast getal leden geen element der definitie mocht uitmaken. Ieder lid eener coöperatieve vereeniging moest ten allen tijde de vrijheid hebben uit de vereeniging te treden, onder zoodanigen waarborg natuurlijk! als de statuten zouden voorschrijven. De Minister herhaalde, dat de redactie van het artikel, die in dit opzicht met de Belgische, Duitsche en Oostenrijksche wet overeenkomt, geen bezwaar oplevert, doch de toelichting zou tot misverstand aanleiding kunnen geven.

„De Commissie, zonder aan de medegedeelde bewoordingen der toelichting te hechten, verduidelijkte nader de bedoeling. Deze was geene andere, dan om uit te drukken, dat er ten allen tijde afwisseling van leden moet kunnen plaats hebben. Op die mogelijkheid van afwisseling komt het aan. Denkbaar is overigens eene coöperatieve vereeniging met een vast getal leden, wanneer slechts in de statuten uitkomt, dat dit vaste getal leden niet voortdurend uit dezelfde leden behoeft te bestaan.

„Uit deze gedachtenwisseling bleek, dat er in dit opzicht volledige overeenstemming tusschen de Minister en de Commissie bestond." V. C. v. R. (1876) I.

4. Die (de) bevordering van de stoffel ij ke belangen der leden ten doel hebben.

a. „Dit is het kenmerkend onderscheid van zedelijke lichamen". V. C. v. R. (1876) § 4.

b. Bij het afdeelingsonderzoek over het gewijzigde art. 2 was voorgesteld te lezen „bijzondere belangen". De Minister gaf bij het mondeling overleg aan de uitdrukking „stoffelijke belangen" de voorkeur: „Daarmede, zou te kennen zijn gegeven, dat vereenigingen tot bevordering van intellectueele belangen, bijvoorbeeld tot het oprichten van museum's, bibliotheken en dergelijke zijn uitgesloten .... Wordt door eene coöperatieve vereeniging de bevordering van eenig intellectueel doel bereikt, zoodanig doel zal toch altijd bijkomend zijn: het is de bevordering van een stoffelijk doel, dat de vereeniging doet ontstaan en nieuwe leden zich bij haar doet aansluiten." De Commissie van Rapporteurs vereenigde zich hiermede. V. C. v. R. (1876) II.

5. Als door middel v a n. Bij het afdeelingsonderzoek achtte men het wenschelijk op het voetspoor der Duitsche en Oostenrijksche wetten „in de definitie op te nemen eene enuntiatieve aanwijzing van de verschillende hoof dkategorieën der coöperatieve vereenigingen.

„Enuntiatief moet de aanwijzing zijn, opdat niet de wet eene

Sluiten