Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

Art. 17.

dat, wanneer de vereeniging wordt ontbonden door hare insolventie, nadat zij in staat van faillissement is verklaard, in de aansprakelijkheid eveneens deelen allen, die minder dan een jaar vóór de faillietverklaring, of daarna, hebben opgehouden leden te zijn." M.v.A.

Tweede lid.

4. De tweede zinsnede van het tweede lid is ingevoegd door een amendement-van Schaik, om te voorkomen dat het faillissement eener coöperatieve vereeniging dat van vele der leden tengevolge zou hebben.

Zonder de door het amendement ingevoegde bepaling zou een curator niet kunnen bewijzen dat er geen verhaal was, zonder uitvoeringsmaatregelen te nemen, te dagvaarden, om daarna te executeeren en eventueel in staat van faillissement doen verklaren.

Waarborgen tegen ongewenschte hanteering van dit afstandsrecht zijn gelegen in de woorden: „met machtiging van den rechtercommissaris" en in „wordt geacht". Deze laatste woorden beteekenen dat de onverhaalbaarheid is een presumptio juris, zoodat tegenbewijs mogelijk is. De Heer van Schaik, Hand. He K. p. 1727.

Jurisprudentie.

Bij de vereffening van den boedel eener coöp. ver. behoeft het tekort niet onveranderlijk vast te staan om daarin van hen, die tot dekking van het tekort verplicht zijn, hun aandeel te kunnen vorderen.

De omslag tot dekking van het tekort behoort in het algemeen bij voorraad en behoudens nadere verrekening te geschieden. De ongelijkheid, die tusschen de medeverbondenen kan ontstaan, als zij gedurende den loop der vereffening op verschülende tijdstippen gehouden worden verschillende bedragen te storten, kan en behoort bij de eindafrekening te worden verevend.

Rechtb. Rotterd. 19 Juni 1916. Besl. 1917 blz. 165.

H. R. 22 Maart 1918. Besl. 1918 blz. 204.

6. Ook zij, wier lidmaatschap door ontzetting is geëindigd zijn tot deze verplichting gehouden.

Rechtb. Dordrecht 20 Febr. 1918. Besl. 1918 blz. 43.

7. Uit art. 19 (1876) volgt, dat, om tot het doen van een omslag te mogen overgaan, niet vooraf alle actief moet zijn gerealiseerd en het juiste eindcijfer van het tekort niet reeds vóór het doen van den omslag bewezen behoeft te worden, doch dat met eene schatting van het tekort kan worden volstaan.

Ter bepaling van den omvang van dat tekort moet worden uitgegaan van den vermogenstoestand van de vereeniging, zooals

Sluiten