Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 41.

42

de aansprakelijkheid der leden voor de verbintenissen der vereeniging is uitgesloten, de vereeniging absoluut nietig is. Of de aansprakelijkheid is uitgesloten, is een vraag van feitelijken aard, welke in cassatie niet kan worden onderzocht, zoodat zeker niet als vaststaande mag worden aangenomen, dat vereenigingen, met dezelfde of soortgelijke statuten, als die" welke in het geding waren, nietig zijn. Niettemin is het, met het oog op de rechtszekerheid, dienstig uitdrukkêhjk te bepalen, dat de tijdens de wet van 1876 opgerichte vereeniging, welke feitelijk door het verkeer als rechtspersoon werd beschouwd (dus als het ware had het uiterlijk bezit van den staat van rechtspersoon), ook juridisch wordt beschouwd als van den aanvang af rechtspersoonlijkheid te hebben gehad, mits natuurlijk hare statuten voldoen aan de nieuwe wet." Af. v. T.

6. a. „Eenige leden achtten dit voorschrift geenszins van bedenking ontbloot. Het beteekent in zijn wezen, dat het niet-rechtspersoonlijkheid bezittende vereenigingen tot rechtspersonen maakt, zonder dat de leden de gelegenheid hebben daarin te bewilligen of zich daartegen te verzetten. Deze bepaling zal vooral verwarring stichten en tot ongewenschte gevolgen leiden, wanneer reeds op de nietigheid door bestuur, vereffenaars of leden van eenige bestaande vereeniging in of buiten rechten een beroep is gedaan, processen daarover loopende zijn, of de vereeniging in staat van liquidatie, bijv. ten gevolge van faillissement, verkeert." V. V.

b. „Dit voorschrift is ook tegenover de leden der vereeniging niet onbillijk. Wanneer de omstandigheden, in deze bepaling omschreven, zich voordoen, kan worden aangenomen, dat de leden der vereeniging bij de oprichting of toetreding hebben gemeend en gewüd, dat de vereeniging als rechtspersoon zoude optreden. Aan de leden wordt onrecht niet gedaan. Er is geen redelijk motief om toe te laten, da* zij die met de vereeniging hebben gehandeld geheel te goeder trouw, dupe zouden zijn van een wetteüjk systeem, hetwelk, om de ongewenschte gevolgen, bij dit ontwerp door een ander wordt vervangen. Er kunnen zich inderdaad bij eene bepaalde vereeniging omstandigheden voordoen, welke het moeilijk maken te beslissen of de vereeniging in het verkeer regelmatig als rechtspersoonhjkheid bezittende coöperatieve vereeniging werd beschouwd en optrad; doch deze moeilijkheid mag er niet toe leiden af te laten van eene voorziening. De vraag is niet of de voorgedragen voorziening volmaakt is, doch of zij de voorkeur verdient boven een zich onthouden.

Wanneer eene vereeniging, welker statuten de aansprakeüjkheid der leden voor de verbintenissen der vereeniging uitsfejiten, ingevolge dit art. 41, üd 2 geacht wordt steeds rechtspersoonhjkheid te hebben bezeten, ondanks die uitsluiting van aansprakeüjkheid, wordt die uitsluiting achteraf wetteüjk gesanctionneerd. Men mag dus met concludeeren, dat de leden van dergeüjke vereeniging voor geüjke

Sluiten