Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

taal volkomen eigen gemaakt hebben, zó dat geen ingeborene in hun werk iets Kan aanwijzen dat te veranderen of te verbeteren is. Bij het gesproken woord is een dergelik meesterschap onbereikbaar, tenminste voor het Engels, de enige taal waarover ik enigszins oordelen kan. Mij'is geen geval bekend van een vreemdeling die in uitspraak, intonatie en idioom het Engels volledig beheerst. Wij mogen tevreden zijn als wij, volgens Sweet's definitie, het gesproken Engels beheersen „to the satisfaction of the native". Ik zou deze uitspraak willen beperken met de bijvoeging: op voorwaarde dat de „native" foneties geschoold is. De Engelsen zijn een beleefd volk, en de „native" is gul met zijn bewondering voor vreemdelingen die hun best doen zich in zijn taal uit te drukken.

De grote meerderheid van hèn die hier te lande de studie van het Engels opvatten, zullen later een betrekking bij het onderwijs aanvaarden. Dat houdt in, dat zij op de Universiteit moeten verkrijgen, een grondige kennis van het moderne Engels, prakties, maar ook theoreties. Vertoon van geleerdheid is op een middelbare school misplaatst, maar zonder kennis van, en vooral inzicht in de wording en de bouw van de taal is het onmogelik om goed en naar eigen voldoening onderwijs in het Engels te geven.

Naast de kennis van de taal hebben wij nodig de kennis van de letterkunde, van de geschiedenis, kortom van het Engelsche volk zelf. De Universiteit kan leiding geven bij de studie van de letterkunde en de daarbij onmisbare ekonomiese en politieke geschiedenis, maar om het hedendaagse Engeland te leren kennen, schieten Universiteit en boekenstudie te kort. Het bijwonen van een politieke vergadering of van een voetbalmatch in Engeland zal ons dikwels meer. leren omtrent het Engelse volk dan een dag van vlijtige arbeid in de Reading Room van het British Museum. Een herhaald verblijf in het land zelf is onontbeerlik. De Universiteit en het Leven moeten elkaar aanvullen.

De taak van de Universiteit schijnt mij toe te zijn: het verbreiden van kennis; en' daarnaast, nog meer belangrijk, het wekken van wetenschappelike belangstelling.

Een leraar heeft in de regel weinig vrije tijd voor eigen stujdiej maar als hij van zijn Universiteit meegekregen heeft oefening in methodiese studie, een besef van de geringheid van zijn kennis, en

Sluiten