Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

hopen mag op een omgang die mij mijn verlies ruimschoots vergoeden zal.

Hooggeachte ambtgenoten, leden der Litterariese Faculteit.

Hoezeer ik ook Uw mindere ben in kennis, gij hebt mij verwelkomd en van raad gediend op een wijze die mij zeer getroffen heeft. Zonder deze raad en voorlichting zou ik mijn werk niet naar behoren kunnen verrichten; ik hoop dat gij mij die ook in het vervolg zult willen verschaffen.

Hooggeleerde Kern. Voor mij is het eerste goede gevolg van mijn benoeming wel geweest, dat ik met U heb mogen kennismaken. Ik heb aan die kennismaking raad en bijstand te danken, die mij de overgang gemakkeliker gemaakt hebben, en ik durf vertrouwen dat gij ook in de toekomst mij met Uw rijpe ervaring en kennis ter zijde zult willen staan.

De taak, Uw opvolger te zijn, is zwaar. Gij weet hoe ik daarover denk, en gij hebt mij moed ingesproken. Uw onzelfzuchtige liefde tot de wetenschap zal mij tot voorbeeld strekken.

Ondanks Uw zware plichten elders hebt gij er niet tegen opgezien om, toen. ik niet bij machte was om terstond na mijn benoeming te komen, voort te gaan met het geven van kolleges te Groningen. Het bericht van deze beslissing verloste mij van een grote zorg. Ik kan hier niet spreken uit naam van de Groningse Universiteit of van Uw leerlingen, al weet ik ook hoe zij denken, maar namens mijzelf wil ik U hier dank zeggen voor de grote moeite die gij U getroost hebt.

Dames en heren studenten, in 't biezonder gij die mijn leerlingen zijn zult. Gij hebt in mijn voorganger een leidsman gehad, die ik U niet kan vergoeden. Maar wel zal ik trachten naar mijn beste weten en kunnen U bij te staan in Uw studie. Zodoende zullen wij, naar ik hoop en verwacht, komen tot een aangename en vruchtbare samenwerking.

Ik heb gezegd.

Sluiten