Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buiten de cursus-uren hadden de jongelui een zee van studietijd, waarvan zij dus ruimschoots konden gebruik maken, om zich te bekwamen voor verschillende akte-examens.

Een zijner leeraren, de heer D. de Groot, ontdekte, dat Sch. nog te jong was; hij liet hem dat wel merken, maar aangezien Schuiling uitblonk als de beste, heeft hij er geen ruchtbaarheid aan gegeven. Hij zeide hem dan ook: „ik zal 't niet verklappen; 't doet mij genoegen, dat je hier bent". Voor het eindexamen, na drie jaren, slaagde Sch. als nummer één. Men kreeg dan een getuigschrift van dezen cursus mede.

Welke stoere werkkracht de jongeman tentoonspreidde, blijkt wel daaruit, dat hij in die drie jaren achtereenvolgens zes lager-onderwijsakten behaalde, en in het laatste jaar nog de hoofdakte. In Assen verwierf hij de akte l.o. wiskunde en teekenen; in Groningen eerst Fransch; en het laatste jaar Engelsch, Gymnastiek en Duitsch.

Hij mocht zijn hoofdakte-examen niet tegelijk met de andere veertien cursisten doen, wijl hij (voorjaar 1877) nog te jong was; eerst moest hij zijn drie en twintigsten jaardag achter den rug hebben. Hij wachtte dus tot het najaar. — Maar dan zou zijn minder-dan-twee-jarige onderwijspraktijk weer een beletsel zijn. Daarom ging hij eerst nog eenigen tijd in Groningen in functie als onderwijzer, om dan (in het najaar van 1877)

het hoofdakte-examen af te leggen tegelijk met het examen Duitsch l.o.

Het spreekt wel van zelf, dat het gewoon lager onderwijs den energieken jongenman niet zeer lang kon houden.

Reeds den winter 1877—78 kwam hij te Oldeboorn aan een school voor meer uitgebreid lager onderwijs. Daar kon hij zijn drie taai-akten en wiskunde productief maken, en hij verkreeg daarvoor dan een salaris van ƒ 900.—; dat was al dubbel zoo groot als in Groningen. Hetzelfde jaar nog (1878) kwam hij als hoofd der gemeentelijke school voor meer uitgebreid lager onderwijs in Wildervank, welke school tevens door leerlingen uit Veendam werd bezocht.

In Wildervank is Schuiling getrouwd, met mejuffrouw J. Rodenburg uit Groningen. Mevrouw Schuiling heeft sedert haar man dapper ter zijde gestaan, in leven en werken. Uit hun huwelijk zijn thans vier kinderen, drie zoons en een dochter, in leven. — Reeds het jaar 1879 zou het jonge gezin uit Wildervank wegroepen. De Rijkskweekscholen waren in zooverre veranderd, dat haar taak werd uitgebreid, en daarbij het stelsel van z.g. „kostleerlingen" werd ingevoerd. Uitbreiding van het aantal vaste leerkrachten werd noodzakelijk en zoo vroeg de Directeur van de Deventer Kweekschool, de heer D. de Groot, zijn oud-leerling van den

3

3

Sluiten