Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leend aan den Voorzitter van het Koninklijk Nederlandsen Aardrijkskundig Genootschap, den heer ir. Th. F. A. Delprat, die den heer Schuiling het welverdiend eerelidmaatschap van het Genootschap aanbood.

Ook van Regeeringswege zijn de groote verdiensten van Schuiling erkend door zijn benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

In de Paaschvacantie van 1924 leidde Schuiling den tienden Vacantiecursus, waarbij de deelnemers gelegenheid hadden hun voorzitter en met hem den eveneens zeventigjarigen penningmeester den heer F. Wesseling te huldigen.

Deze laatste, de bekende redacteur van het Weekblad voor Gymnasiaal en Middelbaar Onderwijs, — ook een Drentsche beschermeling van Dr. Nassau —, wijdde in zijn blad *) eenige sympathieke woorden aan Schuiling, waarvan wij tot besluit een gedeelte hier overnemen.

„Dat werken, hard werken, den mensch physiek en geestelijk jong houden kan, daarvan is wel het sprekend voorbeeld de krachtige figuur van hem, wiens naam aan het hoofd van dit bericht te lezen staat."....

....„Breed is de kring dergenen, die aan het mooie feest van den verdien» stelijken collega en vriend willen deelnemen. Afzonderlijk wenschen onder hen vermeld te worden de oudsexcursionisten van nu al jaren her, — die aan zijn initiatief de leerzame en tegelijkertijd zoo onderhoudende drie» of vier* daagsche wandeltochten in verschillende deelen van ons land of zijn naaste omgeving, in Duitschland of België, danken. Zij herinneren zich de eminente deskundigen, die elk op zijn gebied daarbij naast Schuiling als gidsen en voorlichters medegewerkt hebben. Maar evenzeer gedenken zij in dit ver* band de pittige Mevrouw Schuiling, die nog nooit bij een excursie ontbroken heeft en van wier tegenwoordigheid steeds vreugde en bezieling is uitgegaan.

De waardeering voor haar Echtgenoot strekt zich ook uit tot Mevrouw Schuiling; dit geldt niet enkel''de praktijk der excursie, maar schier alle deelen van Schuilings werkzaamheid: haar steun en zorg was hem tot sterkte bij elke taak en is dit nog steeds. Daarvoor mogen al zijn vrienden en vereerders Mevrouw Schuiling danken. Beiden gelden onze beste wenschen, voor nu en naar we hopen voor nog een lange reeks van jaren."

De Heer en Mevrouw Schuiling vertelden, dat zij thans een klein landhuisje hadden in de bosschen onder Gorsel. En met een glimlach van vreugde vertelde dan Mevrouw Schuiling van al die beweeglijke eekhoorntjes in den omtrek en hoe zij uit sympathie voor deze diertjes het huisje „de Eekhoorn" gedoopt had. Moge het beiden gegeven zijn daar nog vele zomers te kunnen genieten van een zonnigen levensavond. Maar „rust" kunnen wij hun niet toewenschen.

*) Nummer van 28 Mei 1924. 14

14

Sluiten