Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h. het plantendek;

i. de ligging en het klimaat.

Verschillende kaarten, hetzij van groote landgoederen, hetzij van gemeenten en districten zijn verschenen.

VI. DENEMARKEN (auteur: J. Andersen). Denemarken met zijn oppervlakte van 43.000 K.M.', waarvan 78 % in cultuur gebracht is en 7 % is beboscht, heeft wel een geologische Dienst, maar deze bemoeit zich, evenals in Nederland, uitsluitend met den ondergrond. De studie en het onderzoek van den bouwgrond is in handen van de Landbouw- en Boschbouw-Proefstations, de landbouw-consulenten, de Mij. tot bevordering van de ontginningen, enz., en geschiedt dus uitsluitend chemisch en praktisch.

Met medewerking der Botanische Vereeniging zal een begin gemaakt worden met de publicatie van geo-botanische kaarten. Een kaart van de oppervlakte zal eveneens op niet te ver verwijderd tijdstip verschijnen.

VII. DUITSCHLAND (auteurs: H. Stremme, W. Schottler, W. Wolff en P. Krische). Bekend mag het ten onzent voldoende geacht worden, dat Pruisen sinds jaren van het laagland althans geologisch-agronomische kaarten op een schaal van 1 : 25.000 uitgeeft, welke kaarten evenwel voor den land- en boschbouw door te veel te willen geven, alles behalve bruikbaar mogen genoemd worden. Een poging in die richting tot iets nieuws te komen is eerst door J. Hazard in Saksen gedaan, welke methode België wil overnemen, doch welke, na Hazard's dood in Saksen niet meer is gevolgd. Voor de omgeving van Dantzig tracht H. Stremme met zijn medewerkers iets nieuws te beginnen, waarbij hij aansluit aan de Russen. Bij deze laatste poging wordt uitsluitend met den bodem als zoodanig rekening gehouden, het historisch-geologisch moment daarentegen terzijde geschoven.

VIII. ERITREA en SOMALI (auteurs: G. Stefanini en A. Ferrara). Dank zij de belangstelling, die de Italiaansche regeering uit wetenschappelijk oogpunt voor zijn kolonies koestert, is hier een goed begin gemaakt èn met de geologie èn met de agrogeologie, daarbij geholpen door z.g. „Wetenschappelijke Missies", zooals Frankrijk die reeds tal van jaren naar verschillende gedeelten der aarde uitzond en waaraan steeds een voortreffelijke schare van geleerden werd verbonden. En het mineralogisch onderzoek (tot heden vrij wel een unicum!) èn het chemischfysisch is ter hand genomen.

In Somali-land vonden de onderzoekers drie bodemtypen tot ontwikkeling gekomen, die zij onverplaatste, verplaatste en aeolische gronden 30

30

Sluiten