Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den stoot tot de markverdeeling en het heeft het eerst nulverkaveling toegepast.

De Ballumer Miede dan kende >— tot op de ruilverkaveling van 1916 — drie eggen: Jelmer-eg (de grootste en de slechtste, met de grootste achtendeelen), Munk-eg (de beste met de kleinste achtendeelen) en Foppen-eg (de kleinste).

Geen dezer eggen lag aaneengesloten. Elke lag maximaal over 28 „deelingen" of „verdeelingen" verspreid; op dit cijfer 28 kom ik aanstonds terug; deze (wèl-aaneenliggende) stukken, die ook weer zelve den eggenaam droegen, Foppen bijv. en dan ook „eggen" werden genoemd, waren elk verdeeld in een eerste en in een tweede half-eg; elke half-eg bestond uit vier in beginsel gelijke stukken, die „vierentwintig" *) heetten en elke vierentwintig ten slotte placht weer, zonder veel regelmaat, verdeeld te zijn.

Het cijfer 28 staat, vreemd genoeg, niet geheel vast Mondelinge navraag brengt hier niet verder.

Elke boer wist waar zijn eigen land lag; althans, hij meende dit te weten; bij verkoop en boedelscheiding bleek vaak van ongewisheid; enkele oude boeren werden dan als deskundigen te hulp geroepen; zij gebruikten hierbij dijkboekjes, die de verdeeling der dijkplichtigheid aangaven, welke met de verdeeling van het land correspondeerde; maar deze dijkboekjes waren niet eensluidend, noch van gelijken, noch elk van nauwkeurig vast te stellen ouderdom; het is waarschijnlijk, dat hun uiteenloopende opgaven uit doorbraak en afslag moeten worden verklaard, want van alle drie eggen lag er vóór de inpoldering der oude gemeene weide reeds grond buiten de miede'); niet alle dijkboekjes nu hadden alle drie eggen nog volledig op 28 deelingen; onderlinge vergelijking vestigt den indruk, dat 28 het normale cijfer was bij de dijkverdeehng, dat soms verbroken en dan weer hersteld werd, want zoowel een oud als een jong boekje geven driemaal 28 en tusschenliggende voor een of meer eggen enkele deelingen minder. Dat 28 het normale cijfer van den dijk is geweest, volgt ook uit een stuk van 1770, waarover straks.

zijn door het aantal getelde huisgezinnen met 4 te vermenigvuldigen (Rijksarchief den Haag, Nassausche Domeinen 10215). Gockinga (Verdeeling-) bl. 20, geeft voor 1 Januari 1904 de cijfers 304 en 1047. Wel zeer stationair dus! Men zoeke de ver» klaring in het primitief agrarisch communisme, dat overschotten van bevolking pleegt uit te stoot en, niet alleen op Ameland.

*) Waarom een vierentwintig aldus heette? De waarschijnlijke verklaring wordt beter straks gegeven.

2) Dergelijks geldt voor Hollum; de Tegenwoordige Staat bericht Qd. 374), dat hier de miede reeds door den watervloed van 5 Nov. 1675 „merkelijk" was verkleind. 58

58

Sluiten