Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ziehier dan de plaats, waaruit moet volgen, dat destijds het land 24 en de dijk 28 deelingen had; 24 deelingen immers leveren 24 X 3 (eggen) X 8 (vierentwintigen) X 3 (pensieren) - 1728 pensieren op per achtendeel (576 in getal) dus 3 pensieren, en 28 deelingen 28 X 3 X 8 X 3 = 2016 pensieren, per achtendeel 3]/2 pensier.

De boer van daarstraks, met zijn acht achtendeelen in Jelmer, zoowel in land als dijk op 28 plaatsen, markeerde den nieuwen toestand (maar nog vóór de periode-Jan Bakker), waarin het aantal stukken land gelijk was aan het aantal stukken dijk. Ook den toestand, waarin per achtendeel land met altoos meer 3}/2 pensier dijk viel, want dan had de optelsom van het dijkboekje voor zijn 8 achtendeelen moeten opleveren 8 (achtendeelen) X 8 (pensier = 8) X 3>/2 = 224, terwijl deze landgebruiker het niet verder dan 184 bracht. Het oude stelsel was dus toen reeds in de war. Maar een meer dan twintig jaar oudere grijsaard kende het nog opperbest, al gaf hij, vermoedelijk op persoonlijke ervaring steunende, de formule iets anders weer: „wie vier achtendeelen heeft komt om de andere eg met een pensier in den dijk." „Dat is niet vast", zei de jongere grijsaard. Maar het klopt geheel met den ouden normalen toestand der 28 dijk-deelingen, want 4 X 3y2 is 14 en 14 is 28 „om de andere".

De moeilijkheden, die het ballumer land- en dijkenstelsel zijn onderzoeker oplevert, steken ten deele in zijn ingewikkeldheid, ten deele ook in de omstandigheid, dat de „deelingen" in land en dijk telkens heel de miede in het klein als het ware reproduceerden, waardoor eg, vierentwintig en pensier 1/„, V24 en */« nu eens van de gansche miede, dan weer van een deeling der drie eggen samen beteekenden. Zoo kon de beschrijver uit 1770 haast in één adem zeggen, dat acht achtendeelen één pensier land besloegen en dat één achtendeel drie pensier land en vierde-half pensier dijk hadachtereenvolgens bezigde hij hier pensier in de beteekenis van % der miede en in die van «ƒ„ van elke der 24 land- en der 28 dijkdeelingen. Bij eerste kennismaking werkt dit verbijsterend. In Hollum komt onder meest andere namen (eggen, twieren, warren, vierdeparten) dezelfde verwarrende moeilijkheid terug.

Indien het den lezer af en toe is gaan duizelen, is inmiddels een mijner doeleinden bereikt: eerbied te wekken voor dat snel uitstervend ras van oude Ballumers, die dit stelsel van land- en dijkverdeeling zonder missen en met gemak hanteerden. Dat ras, waarvan ook Hollum vertegenwoordigers kende en misschien nog een enkelen kent. De toeverlaten van notarissen 64

64

Sluiten