Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoeld, het vast te leggen voor een nieuwsgierig nageslacht, als de huidige ballumer en hollumer boeren kennen om spontaan den vreemdeling te vertellen wat dezen wetenswaard lijkt maar wat hun dood-gemeenzaam is.

Een schematisch beeld van een hollumsche (ver) deeling te geven, is lastig.

In velerlei vorm komen deze deelingen, en hare onderverdeelingen, voor. Hierbij overwegen de langwerpige rechthoeken, maar een enkele maal ligt een stukje achtendeelsland (ook in het voorafgaande was niet sprake van omland) ook wel „foks"; doorgaans echter zijn de fokjes omland.

Twee voorbeelden mogen volstaan. Men denke zich hierbij elke eg (Hilma bv.) in haar zes twieren (Douwe Gerlofs enz.) en elke twiere in twee warren of vier vierdeparten ( = kneppels = tjoelen) gesplitst en deze weer onderverdeeld al naar mate meer of minder eigenaren erin geland zijn. Het schema beperkt de onderverdeeling in vierdeparten tot de twieren Fopke Dirks, Jan Joris en Jan Saskers.

Landboekjes of -registers geven met pijnlijke nauwgezetheid de volgorde der deelingen van het achtendeelsland aan. Bij lezing valt op, dat af

74

Fig. 9.

Sluiten