Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schokken dragen, maar haar heele bedrijf krijgt dan alweer meer een landbouwkarakter: meer loonarbeid en daardoor in haar geheel minder intensief, minder nuttig rendement per oppervlakte-eenheid. Deze bedrijven worden wel dikwijls, doordat de leiders persoonlijk meer de handen vrij hebben, de kweekplaats van nieuwe, van de beste variëteiten, van zaad, stekken enz. voor de overige tuinders. Tot op zekere hoogte is hun risico minder groot, doordat zij niet onmiddellijk van de markt afhankehjk zijn.

Arbeid, vakkennis, zorg en toewijding, risico zoowel in de cultuur als door de conjunctuur op de markt, maken in den tuinbouw het kleinbedrijf noodzakelijk en ook weer moeilijk...: geleden verhezen zijn moeilijk te dragen; de kleine man is kapitaalarm.

Organisatie van de markt kwam eraan tegemoet; maar ook de overige bezwaren konden door organisatie worden verminderd of weggenomen: 1° gemeenschappelijke inkoop en dus ook hierin collectief directe aanraking met den groothandel; 2° kapitaalverschaffing, zoo moeilijk omdat de behoefte voor allen ongeveer in denzelfden tijd valt en omdat de slechte tijden allen tegelijk treffen; voor voorlichting op vakkundig gebied; 3° teeltverbetering, enz.

Het is bijna regel, dat — evenals dat ook voor nieuwe industrieën geldt — degenen, die de tuinbouw invoeren, kolonisten van elders zijn. Of wel het zijn zulken, die elders kennis en ervaring opdeden. Andere factoren kunnen dan de verdere uitbreiding begunstigen. Zoo zullen in tijden, dat het den grootlandbouw minder goed gaat, of wanneer de industrie in en om de steden minder arbeiders wegzuigt, de besten het probeeren met een stukje grond te huren en zelf een tuindersbedrijfje te beginnen. De boeren voelen dan wel voor verhuur (of onderverhuur), welke nogal wat blijkt op te brengen en hem de risico vrijwel geheel van de schouders neemt. De kleinen helpen door hun intensieve cultuur de streek er weer bovenop; zij zijn de pioniers, die den stoot gaven tot een geheelen omkeer; de eenmaal „geënte" tuinderskolonie breidt zich uit, de splijtzwam doet de weinige grootbedrijven plaats maken voor een groot aantal kleinbedrijfjes, aanvankelijk op gepachten grond, maar langzamerhand geheel in eigen handen overgaande. Overal verrijzen de tuinderswoningen; de geheele streek krijgt een ander aanzien.

Merkwaardig is het, wat persoonlyk initiatief1) een rol speelt en hoe

1) Zoo werd + 1880 de groote druivencultuur van Hoelaert bij Brussel gesticht door leerlingen van de tuinbouwschool uit Brussel. (Ann. de Geogr., Juli 1924).

85

' 85

Sluiten