Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De telling geeft de volgende aantallen tuinbouwers:

0.05—0.15 HA. 0.15-0.25 .. 0.25-0.50 „ 0.50-1

1— 2

2— 3

3— 5 5-10

10—meer „

991

10779

1910

534 457 1149 2569 4746 2587 2098 1021 327

15488

990

13567

1921

576 414 1297 2946 5830 3323 2663 1342 409

18800

1084 ö> 736 | 565

E

g \ 321

£ 82 2788

(Het totaal van de bedrijven van 0.05—0.25 H.A. is zelfs gelijk gebleven!)

De gemiddelde bedrijfsgrootte nam dan ook toe, van 2.27 tot 2.39 HA.

In Zeeland, Noord-Brabant en Limburg is het aantal tuinbouwers afgenomen. In Limburg is deze afneming vooral onder de kleinere te zoeken (mogelijk kregen die er een ander hoofdberoep bij of gingen geheel in andere beroepen over). In Noord-Brabant keerden blijkbaar eenige grootere gebruikers tot den gewonen akkerbouw terug. Merkwaardig is verder Groningen, waar het totaal getal kleine landgebruikers afnam, maar niettemin de kleine tuinbouwers vermeerderden in aantal. De gemiddelde bedrijfsgrootte zien we daardoor in Groningen afnemen.

Een en ander is uit de volgende tabel af te lezen:

Gemiddelde

Land" o/odaarvan Totaal % daarvan

gebruikers. , in eigen

Aantal. eI8enaien- exploitatie. "JJJJ

Groningen. 1921 548 53.83 1083 55.59 1.98

1910 446 46.19 959 41.81 2.15

Friesland . 1921 1781 22.40 5465 22.32 3.07

1910 1167 13.97 3532 16.56 3.03

Drente . . 1921 110 48.18 325 45.85 2.95

1910 90 35.56 178 42.13 1.98

93

Sluiten