Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEN REGENVAL IN PALESTINA, IN VERBAND MET DEN ACHTERUITGANG DES LANDS

DOOR A. VAN DEURSEN.

Did the rainfall in ancient times differ from the present rainfall? *) Deze vraag, door Smith gesteld ten opzichte van Jeruzalem, wordt nog telkens herhaald in de Palestina-litteratuur. In de laatste jaren is de belangstelling vernieuwd door het boek van Huntington, die ook voor Palestina *) zijn theorie tracht te bewijzen omtrent de correlatie van klimaatschommelingen en de historische ontwikkeling. Buitendien is de vraag van practische beteekenis. Gesteld, dat een vermindering van den regenval het land heeft getroffen, dan mag de toekomstverwachting minder hoopvol zijn.

Of inderdaad de huidige regenval geringer is, dan in de oudheid — is een vraag, die met zekerheid uitgemaakt kon worden, indien we over cijfers beschikten van nauwkeurige metingen. De verrassing is niet gering, als we bij Hann*) lezen, dat de oudste regenmetingen der aarde verricht zijn in Palestina en wel in de eerste eeuw na Chr. Het blijkt, dat de beroemde klimatoloog zich beroept op de dissertatie van H. Vogelstein. Indien we dit proefschrift hierop nalezen, vinden wij:

Die Erkenntnis der Bedeutung des Regens für die Landwirtschaft hatte bereits zur Zeit der Misnah zu ziemlich genauen Beobachtungen und Messungen geführt Die Regenhöhe wurde mit Hilfe eines Gefaszes gemessen; sie sollte in der ersten Frühregenperiode 1 Tefach (ca. 9 cm.), in der zweiten doppelt, in der dritten dreimal so viel betragen*).

*) G. A. Smith. Jerusalem. The topography, economics and history from the «arliest times to A. D. 70, bladz. 78.

2) Ellsworth Huntington. Palestine and its Transformations pag. X. *) J. Hann. Handbuch der Klimatologie III bl. 96.

4) H. Vogelstein. Die Landwirtschaft in Palastina zur Zeit der Misnah, bladz. 3. 112

112

Sluiten