Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijke regenval, waardoor zelfs in de waterarme streken van het gebergte de waterreservoirs gevuld waren. Een zaak van belang, want in die dagen van duurte, steeg ook het water in prijs. Evenwel duurde de eigenlijke regentijd slechts van 19 Nov. tot 7 Maart. Door de inwoners des lands werd met groot verlangen uitgezien naar den spaden regen, die de heete siroccodagen afwisselt. Maar de verwachte spade regen bleef uit1). Ook dit is in den Bijbel bekend: als iets heel bijzonders vergelijkt Salomo het welgevallen des konings bij een wolk des spaden regens (Spreuken 16 : 15); als een bewijs van Gods goedheid beveelt Zacharia aan te begeeren den regen, ten tijde des spaden regens (Zacharia 10 : 1).

Gaan wij dus na den tijd van den vroegen regen, den winterregen en den spaden regen, dan kunnen we met Hilderscheid *) instemmen: „Die Dauer der Regenzeit in jenem alten Zeiten stimmt also mit derjenigen in unseren Tagen vollkommen überein."

Ook de onregelmatigheden stemmen met de Bijbelsche gegevens. We wezen er reeds op, dat die overeenstemming bestaat ten opzichte van de ongelijkmatigheid in aanvang en eindperiode van den regen.

Ook de berichten over een tekort aan regen vertoonen opvallende overeenkomst. Immers als de regen lang uitbleef, kwam de plaag der dorheid, „in een jaar van droogte" (Jeremia 17 : 8), die de Joden dreef tot boete3); men kwam tot God met gebed (1 Sam. 12 : 17; 1 Kon. 18 : 42) met offer en vasten (Jeremia 14 : 12); ja de uidegger Duhm heeft (niet zonder overdrijving!) eens de opmerking gemaakt, dat de regentheologie voor Israël even belangrijk was als het leerstuk der homoöusie voor de Christelijke conciliën. Belangwekkend is het, dat ook in het huidige Palestina regenceremonieën*) worden verricht als: processies met zang en dans, het uitgieten van water, het omdragen van een pop of van een vrouwehemd, opgehangen aan een dunne stang, het rondleiden van een oude vrouw, die gezeten op een ezel, een molen zonder koren draait of een haan slaat, enz. Merkwaardig is het, dat de Arabieren Elia aanroepen in de regenliederen, aangeheven als de regen lang uitblijft*).

*) M. Blanckenhorn. Regenfall im Winter 1921—1922. Z.D.P.V. 1923.

s) Hilderscheid ta.p. bl. 92. .

s) Zie de voorbeelden uit den Talmud bij Klein ta.p. bl. 244. *) Dr. Joh. de Groot. Israëlietische regenceremonieën. Theologisch Tijdschrift 1918 bl. 38. In deze studie worden de regenceremonieën der oude Israëlieten beschreven 1». Het graven van uithollingen in groeven en rotsen. 2°. Het uitgieten van water. 3°. Het nemen van zekere twijgen bij het Loofhuttenfeest 4«. Bepaalde omgangen begeleid door bazuingeschal.

•) Zie het hoofdstuk regen in: Alois Musil. Arabia Petraea. UI 6—13. Vgl. P. Kahle. Gebrauche bei den moslemischen Heiligtümern in Palastina. Pal. Jahr* buch 1913 bl. 162—165. 118

118

Sluiten