Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook al blijft de regen niet uit, dan is deze soms nog ongelijkmatig over het land verdeeld; een verschijnsel, waaromtrent we in Amos 4 : 7 en 8 lezen: Daartoe heb ik ook den regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot den oogst, en heb doen regenen over de eene stad, maar over de andere niet doen regenen, het eene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde. En twee, drie steden togen om tot ééne stad, opdat zij water mochten drinken, maar zij werden niet verzadigd.

Bekend is het klimaat van Palestina door sterken dauw. En wel onze gewone dauw (natte aanslag tegen voorwerpen, die zich op of nabij de aarde bevinden) in den winter. Maar in den zomer ontstaat die eigenaardige dauw, die zich onderscheidt „indem sie zum grossen Theil in Ges tal t eines Nebels niedergeschlagen ist, bevor sie sich am Boden absetzt" *). Immers de waterdamp, door de zeewinden boven het land gebracht, wordt door de koude nachtwinden afgekoeld; dit vindt vooral plaats, wanneer de vochtige winden de heuvelen en bergen bereiken; dan rolt de vrijgekomen vochtigheid over de toppen in massa's van zwaren mist*). De meteorologische eigenschappen van deze nachtmist of „dauw" worden in den Bijbel genoemd; het verschijnsel heeft plaats midden in den zomer (in de hitte des oogstes... Jes. 18 : 4); in koude nachten (Genesis 31 : 40); verdicht zich tot kleine droppen (Mijn hoofd is vervuld met dauw, Mijne haarlokken met nachtdruppen. Hooglied 5:2); het is een wolk, die laag over het land hangt. (Spreuken 3 : 20 ...de wolken druipen dauw).

Tenslotte zouden we erop mogen wijzen, dat het blauw des hemels en de doorzichtigheid, het verre uitzicht in Palestina beroemd zijn'). Ook dit was reeds het geval in de oudheid; we lezen in Genesis 13 : 10. En Lot hief zijn oogen op, en hij zag de vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer de Heere Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof des Heeren, als Egypteland, als gij komt te Zoar. Lot is dan, blijkens Genesis 13 : 3 op den heuvel tusschen Bethel en tusschen Ai. Het is hier, dat men bij het tegenwoordige dorpjeBêtin het even verre uitzicht geniet*).

Wanneer we dus nagaan de kenmerken van den regenval in Palestina en deze vergelijken met Bijbelsche gegevens — ten opzichte van den tijd, de verdeeling in de regentijden, de ongelijkmatigheid, de droge perioden,

x) Chaplin t. a. p. bl. 110.

2) Vergl. de beschrijving brj James Neil. Palestina en de Bijbel bl. 19 en 20. s) Vgl. Fallmerayer t. a. p. bl. 132 vgl. Hann III bl. 96. *) Vgl. het artikel van G. Sternberg. Z. D. P. V. 1915 bl. 1 v. v.

119

119

Sluiten