Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan nu1). Wellicht moeten we het in den Bijbel vermelde woord opvatten als bosschage of dicht kreupelhout; de bosschen van het Oude Testament waren, wat het karakteristieke van het Palestijnsche woud nog altijd is, open en verspreidf).

Zoo wil het ons voorkomen, dat niet aan een ontwouding mag gedacht worden, die de oorzaak zou kunnen wezen voor den achteruitgang van Palestina.

Weihcht moeten we hierbij denken aan historische gebeurtenissen. We meenen Kittel hier te mogen aanhalen: Die starken geschichthchen Erschütterungen, von denen das Land wie kaum ein zweites betroffen worden ist, haben begreiflicherweise auch in seiner Beschaffenheit vielfach ihre Spuren hinterlassen. Auf der anderen Seite hat die Menschenhand bewuszt manches Neue geschaffen, manches Bestehende beseitigt Von tiefeingreifende Bedeutung ist vor allem die arabische Invasion im 7 Jahrhundert n. Chr. geworden. Zahllose aus dem Innern Arabiëns einbrechende Horden haben sich im Kulturgebiet Palastina's festgesetzt. Der Araber ist seiner ganzen Vergangenheit kulturfremd und Feind der Arbeit, dazu seit Mohammed aus religiösen Gründen dem Weine abhold. Eine Menge von Ansiedlungen wurden dadurch vernachlassigt, blühende Weinkulturen zerstört, die systematische Pflege des Landes hintangesetzt. So dehnte an den Randgebieten die Steppe sich aus, und im Innern des Landes müssen zahlreichen an den Höhen sich hinziehende Terrassenanlagen verfallen sein*). Verschrikkehjk waren

*) Een vermindering van houtgewas leidt Dalman af uit de verandering in de wijze van broodbakken: in plaats van de vroegere „tannur" met verhitting door hout, thans de „tabun", een groote schotel, waarover gloeiende mest gelegd wordt Gebrek aan hout zou tot deze laatste wijze van bakken geleid hebben. G. Dalman. Einst und jetzt in Palastina. Palastinajahrbuch 1910. bl. 32.

*) G. A. Smith. De historische aardrijkskunde van het Heilige Land. bl. 73. Riehm. Bijbelsch Woordenboek II, bL 1157. Merkwaardig is dat ter plaatse van de in den Bijbel vermelde bosschen van Efraim nog het meerdere houtgewas opvalt VgL G. H. von Schubert Reise in das Morgenland. Berlin 1840. Deel III, bl. 127 (wald» und buschreichen Rücken im Gebirge Ephraim). E. Robinson Palastina. Halle 1841. Deel UI—I—bl. 293. G. Hölscher. Landes» und Volkskunde Palastina's 37,38. Leipzig 1907. , J,

3) KitteL Gesch. des Volkes Israël I', bl. 21. Zie over den ellendigen landbouw der Arabieren in dit land: Hubert Auhagen. Beitrage zur Kenntnis der Landesnatur und der Landwirtschaft Syriens, Berlin 1907, bl. 52. Overigens meent Leon Schulman dat de eerste tijd van het Arabische bewind voor Palestina nog niet zoo slecht was; hij wijst vooral op de verwoestingen tijdens de Kruistochten en de verwaarloozing tijdens het Turksch bewind gedurende enkele eeuwen. Leon Schulman. Zur Türki» schen Agrarfrage. Palastina und die Fellachenwirtschaft. Weimar 1916, bl. 24—30. 124

124

Sluiten