Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZUIDRAND VAN DEN LIMBURGSCHEN PUINKEGEL. DOOR

Dr. JACOBA B. L. HOL.

Wanneer men vanaf den Ubagsberg den puinkegel van de Maas overziet (vgl. foto), vervagen de insnijdingslijnen der dalen en strekt zich een zacht golvende vlakte uit, tot waar aan den verren, zuidelijken gezichtseinder een duidelijke steilrand oprijst. Tegen dezen rand, die de zuidelijke begrenzing van den puinkegel der Maas vormt, projecteert zich de kerktoren van Vijlen, gelegen op de tot hoofdterras versneden puinkegeloppervlakte. Deze steilrand, in de literatuur vaak „gebergterand" genoemd, vormt de overgang van den puinkegel naar de schiervlakte*) van Ardennen en Leisteengebergte en is gekenmerkt door het ontbreken van grmtafzettingen en in ZuidLimburg door het optreden van het vuursteeneluvium van het senoon. Oprijzende uit het veelal korenvelden dragende met löss bedekte, vlakke grintplateau, vormt hij mede door zijnen boschrijkdom een karakteristiek element van het Zuid-Limburgsche landschap.

Hoe is nu deze rand ontstaan en wat is zijne geomorfologische beteekenis? Zooals reeds in een korte beschouwing op het XlXe Ned. Nat. en Gen. Congres werd uiteengezet') zijn a priori vier ontstaansoorzaken mogelijk, n.1. abrasie, breuk, verbuiging en erosie. Bij een vorming door abrasie zoude dus na de afzetting der plioceene grintlagen, welke nu nog op de schier-

*) Volgens de stadie van Margarete Kirchberger „Der Nordwestabfall des Rhei* nischen Schiefergebirges zwischen der Reichsgrenze und dem Rurtalgraben" (Verh. Naturk. Ver. der preusz. Rheinl. u. Westf. 75. Jahrg. 1917. Bonn 1919) moet op de afhelling van het Leisteengebergte niet één schiervlakte, maar meerdere trapsgewijs liggende vereffeningsvlakten onderscheiden worden.

Vgl. over deze qüaestie ook O. Maull: „Die germanische Rumpfflache als Arbeitshypothese". (Geograph. Anzeiger 22. Jhrg. 1921).

*) J. B. L. Hol. „Eenige opmerkingen omtrent de morphologie van Zmd*Lun» burg." (Handel, v. h. XLXe Ned. Nat. en Gen. Congres geh. te Maastricht 1923). Haarlem 1923. 126

126

Sluiten