Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat de „dokter" naar een boom, welke toebehoort aan de familie, bij de woning staande, legt hier wederom enkele rietstengels aan den voet zeggende: „Ik leg deze gaven bij den boom van onzen vader en onzen grootvader, opdat mijn adem genezende kracht ontvange". Hierna neemt hij eenige bladeren of een stukje bast van den boom, kauwt dit en gaat dan den zieke beademen en bespuwen met de uitgekauwde massa. Duidelijk blijkt hieruit, dat de genezende kracht van den adem als een gave van de zielen der voorvaderen komt, welke laatste deels vertegenwoordigd zijn in 't schedelhuisje, deels bij den „familieboom", waar ze gaarne toeven. Overeenkomstige ceremoniën treft men aan op de Salomoneil. Op de N. Hebriden offert men de eerste vruchten des lands aan de zielen der voorvaderen. De priester zegt daarbij: „Liefhebbende vaders, hier is voedsel voor U; neemt het; weest ons welgezind". Als amen op deze bede uiten allen een kreet van instemming. Is men op zee in gevaar, dan zal men bidden tot een gestorven vriend, die in zijn leven een goed zeiler geweest is.

Voor het op reis gaan bidt men ook: „Vader, Oom, veel voedsel voor U; veel kava om te drinken is er in de prauw voor U, laat me mogen reizen op een effen zee"

Ook bij 't gaan op het oorlogspad worden de zielen der dooden opgeroepen om bijstand te verleenen. Komt dan het oogenblik van het gevecht, dan beïnvloedt de voorvadergeest den vijand. Hij houdt de hand op 's vijands oogen, opdat deze niets ziet. De ziel stopt den mond van den vijand, zoodat deze niet om hulp bidden kan. De ziel maakt hem onvoorzichtig; dringt de vijand te ver op en wil hij vluchten als hij te veel bedreigd wordt, dan bezwaart de ziel hem, ze omvat hem, zoodat hij niet kan wegloopen en dadelijk buiten adem geraakt en spoedig verslagen wordt.

Een merkwaardige mededeeling over den dooden-kultus in deze streken hebben we ontvangen van de deelnemers der „Cambridge Anthropological Expedition to Torres Straits". Deze zagen bij een hjkplechtigheid dat jongens, welke bij de laatste initiatie tot man gewijd waren en meisjes, welke de puberteit waren ingetreden, diepe sneden in de oorlellen hadden. Niet zelden waren deze zoo goed als weggesneden. Het bloed stroomde hen over gelaat en lichaam en droop af op de voeten van het lijk als teeken van jammer en smart. Geen kreet werd vernomen bij het brengen van dit bloedige offer. De andere familieleden sneden hun haar af en legden dit onder het hjk. Zoowel bloed als haar waren bedoeld als offers voor den overleden bloedverwant. Ook werden nog yams naast het doode hchaam gelegd als voedseloffer.

149

149

Sluiten