Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET DELTAGEBIED VAN DEN GELDERSCHEN YSEL DOOR H. J. MOERMAN.

In het volgende wordt een en ander gezegd over de geografie van de alluviale vlakte, die Zuidwaarts loopt tot den voet van de Veluwsche heuvels, van Elburg naar Hattem, Noord- en Oostwaarts tot het Zwarte Water en Westwaarts tot de Zuiderzee, waarin het eiland Schokland nog tot het gebied der Yselmonden kan worden gerekend. We verdeelen deze streek aldus:

a. Het veengebied ten Z. van Kampen.

b. Het veengebied van Mastenbroek.

c. De kleistrook langs den Ysel.

d. De Kamper Eilanden.

e. Schokland.

a. De vlakke weidestreek tusschen Kampen, Elburg en Hattem heeft — behalve langs de zee en de rivier — een laagveenbodem, die bij de pastorie van het dorp Kamperveen bestaat uit een 2 M. dikke veenlaag, rustend op zand en aan de oppervlakte bedekt met een kleilaag van een voet dikte '). Hier en daar komen zandhoogten voor, van ouds „bergen" genoemd. Door den moerassigen bodem vestigden zich hier eerst laat bewoners. Vermoedelijk is deze streek gekoloniseerd omstreeks 1170, door Hollanders en Friezen. Toen ontstonden Hollanderbroek, thans Oldebroek, en Kamperveen; verder Oostelijk lagen de Hollanderhuizen, thans verdwenen. De kolonisatie in dit „brokich ende ongebouwet land" maakte een grensregeling noodig, waarbij een deel der nieuwe hoeven op Geldersch en een ander deel op Overijselsch grondgebied kwam te liggen; dit gebeurde in 1187 of 1188.

r) Van Baren bespreekt uitvoerig een veenprofiel in deze streek (Bodem van Nederland, II, p. 885 vlg.).

155

155

Sluiten