Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter verdediging tegen het water legden de bewoners van Oosterwolde, Kamperveen en Oldebroek dijken aan: in het O. den Winterdijk, thans Hooge Weg en in het W. nog een Winterdijk: vóór deze laatste werd later, in 1359, de Elburger zeedijk gelegd. Zoo ontstond een boogvormige bedijking, die naar het Z. aansloot bij de hoogere gronden der Veluwe. Dit nam echter niet weg, dat het binnen dezen boog liggende land alles behalve watervrij was. In 1418 wordt Kamperveen een arm, verdronken land genoemd, dat minstens twee of drie maal 's jaars met water beliep. In oorlogstijd verdubbelden de klachten: de dijkgraaf verklaart in 1587, „dat die erven over all leere lagen".

Verder Noordwaarts lag een verlande Yselstreng, met een inham aan de zeezijde, de Reve; hierdoor drong bij stormweer het zeewater naar binnen. Aan den overkant van deze geul lagen de weiden der marke van Kampen, die reeds voor 1300 door een dijk omgeven waren. In 1478 werden de beide bedijkte gebieden door een dijk verbonden. Telkens brak deze echter door en tenslotte bleef er niets meer van over. Langen tijd was hier een veer, of een brug, voor de verbinding tusschen Kampen en Elburg.

In de weilanden van Kamperveen en Oosterwolde zijn op verschillende plaatsen oude huissteden aan te wijzen, die aantoonen, dat de bewoners zijn verhuisd, óf verder naar het Z., op het zand, óf verder Oostwaarts, tegen den dijk. In verband hiermee zijn de kerken der beide dorpen in de 18e en 19e eeuw verplaatst, toen de oude gebouwen door brand en storm waren vernield.

Slechts enkele berichten geven uitsluitsel over veranderingen der kustlijn in deze streek. Zoo leest men, dat Elburg twee maal verplaatst is, in 1392 en 1438; de laatste maal, het staat er uitdrukkelijk, „omme noetz will der zee." Aan den anderen kant was er toch weer zandafzetting; in 1336 geeft de graaf te Elburg grond in erfpacht „in den aneworp van den zande"; in Oosterwolde wordt in denzelfden tijd een stuk land genoemd, dat „aneworp" heet. Verder Noordelijk hoort men steeds van aanwas; de deltavorming van den Ysel. Ik durf niet te beslissen, of men de Zuidelijkste aanwassen ook als Yselvorming mag opvatten.

b. Het veengebied rechts van den Ysel was in de 14e eeuw een onverdeeld gebleven stuk der moedermarke van Salland; ook de opwassen in den Yselmond behoorden hier toe. In 944 lag hier de pagus forestensis of boschgouw, misschien een graafschap van de heeren van Voorst. In 1364 werd deze streek verdeeld onder de omliggende marken. Zulke marke156

156

Sluiten