Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdeelingen werden in de hand gewerkt door den bisschop, wien als voorslag Vio deel der oppervlakte werd toegewezen. Aan dit landsheerlijk aandeel herinnert nog de naam 's Heerenbroek. Bij de verdeeling ontving Kampen, behalve eenige reeds eerder in gebruik genomen stukken grond, 27 hoeven en 6J/2 morgen, d.i. 438j^ morgen of ongeveer 550 H.A. (1 morgen = + 1,25 H.A.) „van die eilanden, die haar allernaast gelegen waren". Bovendien kreeg de stad ook het recht op den aanwas; daarin school voor een groot deel de waarde in de toekomst.

Van een ruil of schenking kan dus niet gesproken worden; men wees aan de marke Kampen haar rechtmatig aandeel toe bij de verdeeling van een nog onverdeeld gebleven stuk der Sallander marke.

Tusschen het Zwarte Water en den Ysel bestonden in 1364 reeds nederzettingen. Genemuiden, dat in 1275 stadrecht kreeg, vormde meer een afzonderlijke hoogte of bedijking naast dan in Mastenbroek1). Asschet, Veneryt en Watersteyn worden in 1308 reeds genoemd; op deze plekken ten Z.W. van Genemuiden was dus toen reeds een al of niet kunstmatige verhooging aanwezig. Yselmuiden, Oosterholt en Wilsum, alle drie marken, lagen op natuurlijke hoogten, dichter bij den Ysel.

In 1390 kreeg Mastenbroek haar dijkrecht; toen was de bedijking van het in 1364 verdeelde broekland voltooid. In 1369 was een nieuwe parochie Mastenbroek gesticht; de thans bestaande kerk is van wat later datum. Vele malen zijn de dijken bezweken; groot is het aantal doorbraakkolken of waden. In 1860 stond Mastenbroek het laatst blank. De oude boerderijen staan alle op terpen. Het waterschap Mastenbroek onderhoudt behalve de wegen 40 K.M. dijk en twee stoomgemalen; daardoor zijn de polderlasten er vrij zwaar.

De veenlaag in dezen polder is ongeveer 4 M. dik; daaronder ligt zand. Aan de oppervlakte ligt een 2—3 dM. dikke kleilaag; langs de rivieren en de zee is deze kleilaag dikker. Staring, die het watervrij maken van Salland door het ophoogen van den Snippelingsdijk ook niet goedkeurde, spreekt van een onberedeneerde indijking. Indien dit zoo is, geldt een gelijke uitspraak evenzeer voor streken als de Krimpener en de Alblasser Waard.

Het veen bevat veel kienhout, dat in droge zomers door de bovenlaag naar buiten komt uitsteken. In de 18e eeuw ontstond door uitvening bij

*) De naam der stad wordt nog altijd het best verklaard als: mond der Genne, een overigens onbekend water. De naam Zedemuden is thans geheel duidelijk: mond van de Zede of Sethe, de oude naam voor het Meppeler Diep. Deze plaats lag waarschijnlijk op of nabij de plek, waar nu Zwartsluis ligt (V. Ov. Regt en Gesch., VersL en Meded., 40e stuk, p. 83.)

157

157

Sluiten