Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee feiten mogen dit illustreer en. In de eerste helft der He eeuw heeft de bekende Keulsche patriciërsfamilie Oyerstolz connecties met Kamper koopheden. Het Dagvaartboek der Staten van Overijsel bevat de volgende merkwaardige aanteekening van 1555: „To gedencken, dat die oeverlantssche steden als Coln ende andere, eertijtz mede gecontribuert ende versocht hebben an den sanden tegens Urck te graven, ut patet ex missali der kercken van Urck".

In de 15e eeuw gaat de Ysel als waterweg achteruit. De St Elisabethsvloed wordt naar het voorbeeld van Jordens de oorzaak genoemd. Toch mag men vragen, of deze gebeurtenis op zulk een afstand invloed kan hebben gehad op de waterverdeeling. Men kan alleen zeggen, dat door toeneming in vermogen van het Vossengat boven Millingen in de 15e en de 16e eeuw de Waal steeds meer water trok.

Eenige eeuwen lang is nu voortdurend aan de orde de verbetering der Yselmonden door afdamming of uitdieping; ook probeert men den watertoevoer van boven af te verbeteren.

Na de Middeleeuwen vervalt Kampen: de waterweg bederft; binnenen buitenlandsche oorlogen knakken den handel. De Hanze zakt ineen; Holland en Zeeland komen steeds meer naar voren.

Wel was er een tijdelijke opleving omstreeks 1550, maar de 80-jarige oorlog bracht nieuwe moeilijkheden. Na 1580 komt er wat nieuw leven; men poogt de lakenindustrie tot bloei te brengen en doet veel moeite om de Merchant Adventurers in de stad te krijgen. In verband hiermee beraamt men het plan om een nieuw vaarwater te scheppen. Daarvoor kiest men een oud vaarwater, de Reve, wat meer Noordwaarts gelegen dan de reeds vermelde Reve. Ik geloof niet, dat dit een natuurlijke Yselarm is; het lijkt meer een gegraven wetering, die geheel in het kader der verkavelde landerijen past. Men hoopte op de hulp der getijen, die het water op diepte zouden houden. Veel geld is aan deze onderneming besteed, maar de uitslag kroonde het werk niet!

De techniek der 17e en 18e eeuw slaagde er niet in, de moeilijke uitvaart naar zee op den duur te verbeteren. De scheepvaart, de „siele der commercie" kon niet weer herleven en daardoor bleef de welvaart der stad binnen beperkte grenzen.

Later wordt de waterrijkdom van den Ysel door een andere waterverdeeling bij de separatiepunten wat grooter. In de eerste helft der 19e eeuw wordt de Ketelmond de hoofdarm. In 1826 legt men 2500 M. lange kribben aan, die de monding in zee verlengen; in 1839 worden ze 900 M. langer gemaakt en in 1869 nog 800 M. langer. De hinderlijke bocht, het 160

160

Sluiten