Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRENTE DOOR G. J. A. MULDER.

§ 1. Geschiedenis van het Oude Landschap. Toen in 1815 de grenzen van onze tegenwoordige provincies (behalve die tusschen N. en Z. Holland, die toen nog één waren), werden vastgelegd, geschiedde dit ook voor het Oude Landschap.

De tegenwoordige provincies hebben toen in 't algemeen die grenzen gekregen, die de oude historische deelen ook hadden, geheel anders dan in Frankrijk, België en Spanje, waar de departementale indeeling bleef.

Van al die historische deelen is er geen enkele, die meer een zelfstandig landschap was dan Drente. Dit heeft het te danken aan de venen, die langen tijd het Oude Landschap van het overige afzonderden en waardoor de bewoners weinig of niet met de omwoners in aanraking kwamen.

Het land Trianta wordt het eerst als afzonderlijk gebied genoemd, toen de Heilige Willehadus omstreeks 780 de heidenen kwam bekeeren. In de 10e en 11e eeuw wordt van Thrente gesproken als een der gouwen, waarvan in de laatstgenoemde eeuw Gruoninga de hoofdplaats was.

Omstreeks 1050 schenkt Keizer Hendrik III dit gebied aan den Bisschop van Utrecht, waardoor het met Salland en Twente het Ovetsticht vormt. Tot stadhouder werd aangesteld de Kastelein, Burggraaf of Slotvoogd van Koevorden.

Deze burggraven gedroegen zich meest als onafhankelijk van den bisschop. Tot 1528 bleef het landschap officieel onder Utrecht In dat jaar moest Bisschop Hendrik van Beieren het werkelijk gezag afstaan aan Karei V. Zijn gezag werd eerst in 1537 door de Staten van Drente erkend.

Hoewel Drente in 1580 de Unie van Utrecht teekende, ging het door het „Verraad van Rennenberg" weer verloren, tot het in 1594 door Maurits herwonnen werd. 166

Sluiten