Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ondanks herhaalde pogingen mocht het Drente niet gelukken, in de Unie als 8e gewest opgenomen te worden, of, zooals Piccardt in zijn Chronyck der Landtschap Drenth schrijft: „Nu zijn all haere zeven susters Coninginnen en zitten op seven thronen in een Coninkhjk Paleys, maer suster Drenthia wert buyten gesloten en al klopt zij somtijds aen, zij krijgt evenwel geen geheur."

Nadat de stad Groningen genomen was, werd in Drente de Gereformeerde rehgie ingevoerd op een zeer eigenaardige wijze: de pastoors werden genoodzaakt examen af te leggen in den voor deze streken nieuwen godsdienst. Allen op één na slaagden, en zoo is Drente tot ± 1880 in hoofdzaak een hervormd landschap geworden1).

Meest had het met Groningen denzelfden stadhouder; na den. val van de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden behoorde een groot deel tot het Departement van den Ouden IJsel. In de jaren 1798 tot 1801 had dus het Oude Landschap als zoodanig opgehouden te bestaan. Van af 1801, toen de oude grenzen weer gedeeltelijk hersteld werden, tot 1807 vormde het met Overijsel het Departement van dien naam. Tijdens het Koninkrijk Holland kreeg het zijn oorspronkehjken" vorm weer terug. Koning Lodewijk Napoleon had veel met Drente op. Alleen in den tijd der Inlijving werd het met Groningen en een stuk van Reiderland vereenigd tot het Departement van de Wester~Eems.

Uit dit korte historische overzicht blijkt voldoende, dat het alleen dan niet zelfstandig was, als vreemde heerschers, niet met den toestand op de hoogte of natuurlijke en historische omstandigheden uit het oog verliezende, het bewind voerden.

§ 2. Grenzen9). De oorzaak van deze zelfstandigheid hgt', zooals reeds gezegd, in de venen, die het Oude Landschap als breede grensgordels omzoomden (zie fig. 1), die onbewoond waren en zoo goed als ontoegankelijk. Alleen zij, die rust en stilte zochten, zetten zich soms in de nabijheid neer, zooals enkele kloosters, o.a. van Ter Apel en later ook Assen, doen zien.

Door de vroegere venen, die, vóór ze ontwaterd werden, zelfs 's zomers moeilijk door te trekken waren, was Drente een „eiland", zooals enkele schrijvers wel beweren. Enkele toegangen waren er slechts bij Koevorden, aan den weg van Bentheim en Salland over den Hondsrug naar de Friesche Zeelanden; Steenwijk, het uitgangspunt van een weg over den Bisschopsberg, en Groningen, als Drentsen dorp ontstaan op het uiteinde van den Hondsrug; een minder beteekenende toegangsweg hep over een zandruggetje bij Ommen. Veel jonger is de Pas van Rouveen, waarover Maurits

167

Sluiten